Het begon vorige week, toen Pankaj Kedia, een topman uit Intels ultra-mobiele afdeling, de gebreken van de iPhone uit de doeken deed. Het toestel kan geen krachtige toepassingen draaien en het kan lang niet elke webpagina tonen omdat het noch Java noch Adobe Flash ondersteunt. Maar, zo benadrukte Kedia, dat is niet zozeer de […]

Advertentie

 

Het begon vorige week, toen Pankaj Kedia, een topman uit Intels ultra-mobiele afdeling, de gebreken van de iPhone uit de doeken deed. Het toestel kan geen krachtige toepassingen draaien en het kan lang niet elke webpagina tonen omdat het noch Java noch Adobe Flash ondersteunt. Maar, zo benadrukte Kedia, dat is niet zozeer de fout van Apple maar wel van de ARM-processor die Apple voor zijn iPhone heeft gekozen.

Die uitspraak is intussen als ‘ongepast’ bestempeld door Anand Chandrasekher, hoofd van Intels mobility-afdeling, op de bedrijfsblog. Waarom ongepast? Wellicht vooral omdat Intel dan meteen ook zijn eigen tekortkomingen moet erkennen. En dat doen ze ook, met als voornaamste vaststelling dat de eigen Atom-processor gewoonweg nog niet klaar is om zelf in een smartphone te worden gebruikt, wegens een veel te korte batterijduur. En het zal nog wel even duren vooraleer dat wel het geval is.

Maar de uitspraak kan ook ongepast zijn om een andere reden, menen de meeste waarnemers die berichten over deze merkwaardige terugfluitactie. Wellicht heeft Intel de hoop nog niet opgegeven om ooit eerste keuze te worden als processor voor de iPhone. Daarom wil het een confrontatie met Apple door dergelijke uitspraken liever vermijden, want het blijft hoe dan ook een aanval op de iPhone zelf, ook al concentreert die zich op de beperkingen van de processor.

De vraag blijft of deze openlijke zelfkritiek veel zal uithalen. Apple heeft in april jl. chipbouwer PA Semi overgenomen, die zich volledig toelegt op ARM-chips voor de iPhone, en lijkt dus niet genegen om in de nabije toekomst het Intel-aanbod zelfs maar te overwegen.
 

Advertentie