Drie jaar geleden stond de stad Brugge zo goed als nergens op IT-vlak, enkel het strikt noodzakelijke was geautomatiseerd. Maar nu heeft de stad een strategisch ICT-plan dat in versneld tempo een infrastructuur op poten zet om ‘u’ tegen te zeggen, met projecten waar vele andere openbare besturen mogen naar opkijken. Lode Nulens, diensthoofd […]

Advertentie

 

Drie jaar geleden stond de stad Brugge zo goed als nergens op IT-vlak, enkel het strikt noodzakelijke was geautomatiseerd. Maar nu heeft de stad een strategisch ICT-plan dat in versneld tempo een infrastructuur op poten zet om ‘u’ tegen te zeggen, met projecten waar vele andere openbare besturen mogen naar opkijken.

Lode Nulens, diensthoofd informatica bij de Stad Brugge, komt er eerlijk voor uit: “We komen van ver. Toen ik hier drie jaar geleden toekwam, waren raamcontracten onbestaande en was enkel het aller-noodzakelijkste geautomatiseerd. Om u een voorbeeld te geven: servers waren zelfgebouwde klonen, allesbehalve bedrijfszeker, en als de helpdesk gebeld werd, sprong iemand op de fiets of nam hij de wagen om te gaan kijken wat het probleem was. Hoegenaamd geen efficiënte manier van werken.”

Met Xylos

Er was dus werk aan de winkel. Er werd beslist een strategisch informaticaplan uit te werken gebaseerd op enerzijds een audit van de informaticadienst die in 2005 uitgevoerd werd en anderzijds een behoefteanalyse van de verschillende diensten. In de aanloop naar dat plan waren alvast een aantal basisprojecten opgestart en ging men aan de slag met raamcontracten. Een daarvan betrof de aankoop van bladeservertechnologie via een lastenboek waaruit uiteindelijk Xylos als beste aanbieder te voorschijn kwam met HP-materiaal en Windows-consultancy. Een tweede lastenboek viseerde desktopmanagement tools en helpdeskbeheer. Uit die shortlist kwam Altiris naar voren, en weer viel de keuze op Xylos voor de implementatie.

De informaticadienst zit nu nog verspreid over twee locaties, het Entrepotgebouw en een gebouw in het centrum van Brugge, met in totaal dertien mensen. “Niet echt een praktische situatie”, geeft Nulens toe: “Om efficiënt te kunnen werken moet de hele dienst eigenlijk op één centrale locatie in de binnenstad gehuisvest zijn. Maar alhoewel dit een prioritair project is, vrees ik toch dat het pas over enkele jaren gerealiseerd zal worden omdat er nog zoveel andere prioriteiten zijn.”
 

Hele rist projecten

 

Toch is er al een hele weg afgelegd. Vandaag beschikt de stad over een server room op elke locatie, volledig ontdubbeld. De sites zijn verbonden via een dubbele glasvezelring, een aantal servers zijn geclustered en kunnen van elkaar overnemen, en er is ook een dubbele SAN. “Het grote project dat we nu aan het uitrollen zijn is de implementatie van virtualisatiesoftware, VMware, om die bladeservers zoveel mogelijk te virtualiseren en dus de beschikbaarheid nogmaals te verhogen”, legt Nulens uit: “Maar dat is slechts één van de zowat veertig projecten die in ons strategisch informaticaplan opgenomen zijn. Het is een lijst die tot stand gekomen is na raadpleging van alle diensten en na vergaderingen met de verantwoordelijken om de prioriteiten vast te leggen. Daarin zit een waaier van toepassingen die nu eens intern gericht, dan weer burgergeoriënteerd zijn.”

Een project dat alvast een grote impact op beiden zal hebben is het stedelijk meldpunt. Lode Nulens: “Heel wat diensten hebben een loketfunctie of doen dienst als meldpunt, maar het opvolgen van vragen, meldingen of incidenten verloopt niet vlot. Wij willen nu alle meldingen automatisch routeren naar de desbetreffende dienst, met rapportering en met ook een feedback naar de burgers die de status van hun melding kunnen opvragen. Voor de diensten zal dit een grotere samenwerking teweegbrengen, en voor de burger vereenvoudigt het de zaken omdat hij dan maar bij één loket meer hoeft aan te kloppen voor al zijn problemen.”
 

Centrale databank

Een ander project waar Nulens echt werk wil van maken is het opzetten van een centraal enterprise datamodel. ”Nu zitten de gegevens verspreid over de verschillende diensten die allemaal hun eigen databankjes hebben, met als gevolg dat over één bepaald onderwerp meerdere lijsten bestaan die nooit volledig zijn – personeelsgegevens, financiële data, klantenbeheersystemen, GIS-data, noem maar op. Uitwisseling is niet mogelijk en niemand weet waar de juiste gegevens zitten. Een enterprise datamodel zal alle datasets centraliseren en koppelen”.

Lode Nulens wil ook een facility management systeem op poten zetten voor het beheer van de stadsgebouwen, het wagenpark, uitleenmateriaal, het opvolgen van wegeniswerken enzovoort. Ook een data warehouse, een documentmanagementsysteem, CRM, en meer GIS-toepassingen staan op de agenda – het enige probleem: mensen. “Wij zijn maar met een kleine ploeg die in totaal zo’n 900 van de 1.800 personeelsleden van de stad Brugge met informatica moet ondersteunen. Ik mag dit jaar wel vier mensen bij aanwerven, maar het gebrek aan mankracht blijft toch de grootste rem op het uitvoeren van ons strategisch informaticaplan”, besluit Nulens.