Begin februari organiseerde de Olliance Group, een groep consultants rond openbronstrategieën middenin de wijngaarden van Napa Valley, Californië, de derde editie van de ‘Open Source Thinktank’. Het concept is eenvoudig: zorg voor een exclusief sfeertje door het aantal deelnemers vooraf sterk te limiteren (maximum 120), mix een roedel openbronbedrijf-alfadiertjes met een aantal CxO’s van […]


Hoe heeft technologie een impact op je business?
Ontvang elke week het zakelijk IT-nieuws rechtstreeks in je inbox!



 

Begin februari organiseerde de Olliance Group, een groep consultants rond openbronstrategieën middenin de wijngaarden van Napa Valley, Californië, de derde editie van de ‘Open Source Thinktank’. Het concept is eenvoudig: zorg voor een exclusief sfeertje door het aantal deelnemers vooraf sterk te limiteren (maximum 120), mix een roedel openbronbedrijf-alfadiertjes met een aantal CxO’s van grote bedrijven, lanceer een aantal onderwerpen binnen het thema ‘open source en business’ en laat de deelnemers vervolgens met elkaar in debat gaan. Een uitstekend recept, zo blijkt, want ieder jaar keren deelnemers er graag terug.

Als bedrijfsleider in het dun bezaaide Belgische openbron ISV-landschap mocht ik toch drie dagen doorbrengen in het selecte clubje van openbrongebruikers als Cisco, Bank of America, Amazon, ABN Amro, en Silicon Valley Bank, en een relevante doorsnede van internationale open source softwareproducenten (MySQL, Eclipse, Jaspersoft, Alfresco en vele anderen). Dit alles onder het waakzaam observerende oog van Sand Hill Road, thuishaven van tal van venture funds, die eveneens hun vinger aan de pols kwamen leggen. "What goes on at Fight club, stays at Fight club" gold voor dit event, in een poging om de deelnemers het achterste van hun tong te laten zien.

Een eerste punt van discussie was de exacte definitie van het bindende thema ‘open source en business’. Openbron is met de jaren een vlag geworden die vele ladingen moet dekken, en moeiteloos over de lippen van zowel zeloten als slimme marketeers rolt. Voor de deelnemers aan de Thinktank was zo’n definitie redelijk eenvoudig: anders dan bij gesloten software krijgen gebruikers van een open source software(dienst), als zij dat wensen, kosteloos toegang tot de broncode van desbetreffend softwarepakket. Het is aan die gebruiker om dat voordeel op één of andere manier te valoriseren, en aan de producent om daar rond een commercieel aanbod op te zetten.

Niks geen dogma’s dus, business as usual, alleen de klassieke softwaredozenschuiverij wordt definitief naar het verleden verbannen. Of zoals een CIO opmerkte: "Jullie zijn geen ‘open source vendors’, geen aparte klasse met eigen spelregels. Jullie zijn softwareproducenten die het voortouw nemen, die gebruik maken van het meest effectieve ontwikkelings- en distributiemodel. Jullie ‘communities’, jullie radicaal andere aanpak houdt een concreet competitief voordeel voor jullie in. Ik verwacht dan ook dat jullie de komende generatie van software vendors gaan bevolken."
 

Dat was tevens een rode lijn in veel van de conversaties: de huidige golf van openbronbedrijven is er één van (software) producenten; integratoren, consultants of algemene dienstverleners komen er nauwelijks aan te pas. Zij kunnen immers het verschil niet maken – toch niet wat openbron betreft. Een integrator weet geen betere (inhoudelijke) dienstverlening aan te bieden rond een gesloten dan wel een open product, zijn meerwaarde ligt eerder bij de verticale domeinkennis, in project management of pure staffing. Typisch aan openbron is dan weer de directe lijn tussen producent en gebruiker.

Het viel dan ook op dat het spanningsveld tussen beide partijen steeds reëler aan het worden is: gebruikers verwachten robuuste en gratis commodity software (denk Linux, Firefox, Openoffice), die echter in groeiende mate niet meer door individuen gedragen wordt, en waarvan het ‘open’ aspect eigenlijk niet meer zo belangrijk is. Want hoe lang is het geleden dat u nog eens naar de broncode van pakweg een MySQL hebt gekeken?

Producenten echter hebben er alle belang bij dat ze het openbronvoordeel te gelde kunnen maken. Zoiets kan deels door het aanbieden van allerlei diensten, maar ook het uitbaten van een community kan een wezenlijk voordeel voor het bedrijf betekenen. Vaak is zo’n community immers een kader waarbinnen klassieke zakelijke contracten tot stand komen. Openbron servicecontracten worden dan ook vaak onder vrienden, en zolang dit voor beide partijen tot een wenselijk resultaat leidt, hoeft daar niks mis mee te zijn.

2008 wordt het jaar van het hybride softwarebedrijf: een sterk commercieel aanbod gekoppeld aan een open development model met ondersteuning van en door een levendige community. En ook voor de (groot)gebruikers is er werk aan de winkel: letterlijk elke CIO was er druk doende met het opzetten van een open source policy voor zijn organisatie, vooral vanuit de noodzaak om dit onstuitbare fenomeen te kanaliseren: "It’s become business reality, so face it!"