De reacties op een grote overname in de IT, klinken altijd hetzelfde. Na een paar jaartjes als IT-journalist, weet je het wel ongeveer. Dus OK, een grote IT-leverancier neemt een belangrijke nichespeler over. Waar zouden de fuserende bedrijven het in hun persbericht over hebben? Over de verbluffende synergie tussen beide organisaties, natuurlijk. Alsof ze voor […]

Advertentie

De reacties op een grote overname in de IT, klinken altijd hetzelfde. Na een paar jaartjes als IT-journalist, weet je het wel ongeveer.

Dus OK, een grote IT-leverancier neemt een belangrijke nichespeler over. Waar zouden de fuserende bedrijven het in hun persbericht over hebben? Over de verbluffende synergie tussen beide organisaties, natuurlijk. Alsof ze voor elkaar waren voorbestemd. En op het operationeel vlak kan er bovendien een aardige cent worden bespaard.

Wat zeggen de concurrenten van de overnemer daarvan? Dat die overnemer gewoon marktaandeel aan het kopen is, dat ziet een kind. Maar opgelet, waarschuwen ze, de overnemer zal het zootje nooit geïntegreerd krijgen. En de klant ziet heus wel het verschil tussen een écht geïntegreerd aanbod en dit bij elkaar geshopt samenraapsel.

Wie moeten we nog bellen voor een reactie? Oh ja, de concurrenten van het overgenomen bedrijf. Die roepen nu fier dat zij voortaan de enige onafhankelijke spelers zijn. Het overgenomen product zal alleen nog samenwerken met de producten van de overnemer. En de ontwikkeling ervan zal zo goed als stilvallen. Ondertussen, fluisteren ze op samenzweerderige toon, beginnen de verontruste klanten van het overgenomen bedrijf ons al te bellen.

En wat heeft de onafhankelijke industrieanalist te melden? Dat de overnemer nu toch wel een verdraaid mooi portfolio bij mekaar heeft. Met aantrekkelijke mogelijkheden voor cross selling en upselling. Misschien voegt de analist ook een paar kanttekeningen toe. Dat het allemaal eerst geïntegreerd moet worden. En dat, als de fusie te veel aandacht van personeel en management in beslag neemt, het bedrijf zijn focus kan verliezen.

Af en toe belt een journalist ook wel eens een klant. Die heeft doorgaans weinig te vertellen in zo’n situatie. Ja, het is best wel even schrikken, dat ze opeens klant zijn geworden van dat andere, grotere bedrijf. Wordt dat een verbetering? Dat is nog even afwachten.

Al deze citaten, en varianten erop, kon u de afgelopen weken lezen in verband met de overname van Business Objects door SAP. En als Oracle zijn zin krijgt met BEA, krijgt u ze opnieuw te horen. Allemaal perfect voorspelbaar, maar dat betekent natuurlijk niet dat het onwaar is. Alle bovenstaande uitspraken zijn juist. Weliswaar niet allemaal in dezelfde mate.

De laatste paar jaar lijkt het nochtans, alsof voor Oracle een apart stel waarheden gelden. Je kunt moeilijk zeggen dat het bod op Peoplesoft helemaal volgens het boekje verliep. Integendeel. En het bod op BEA verloopt evenmin volgens het ingeburgerde scenario.

Wat Oracle doet, heeft eigenlijk nog geen enkel softwarebedrijf voorgedaan. Een lange reeks concurrenten en nichespelers overnemen, hun marktaandeel inpikken, al hun producten verder ontwikkelen tot tevredenheid van de (meeste) klanten, en tegelijk al die producten ook nog eens combineren tot één superproject, het mythische Fusion. CA probeerde het, maar oogstte alleen chaos. Cisco heeft een indrukwekkende staat van dienst qua overnames, maar dat is hardware.

Of blijkt straks dat alle gekende waarheden rond grote overnames tòch van toepassing blijven? Het bod op BEA is misschien een hint. Want BEA ontwikkelt ten slotte integratiesoftware. Die kan op heel wat manieren worden ingezet. Bijvoorbeeld: om een hutsepot van programma’s van verschillende oorsprong en met een uiteenlopende architectuur en logica aan elkaar te koppelen tot iets dat er op het eerste gezicht uitziet als één toepassing. Die je dan, desgewenst, Fusion kunt noemen.

Advertentie