Netwerkinfrastructuur aanbieden zonder zelf ook maar één meter kabel in de grond te hebben zitten. Dat is in mensentaal wat een virtuele operator doet. Maar is het model ook iets voor uw eigen organisatie? ‘We zijn net hetzelfde als AT&T, Verizon of Belgacom, maar dan zonder netwerk’, stelt Allen Timpany, CEO van Vanco, zowat de […]


Hoe heeft technologie een impact op je business?
Ontvang elke week het zakelijk IT-nieuws rechtstreeks in je inbox!



Netwerkinfrastructuur aanbieden zonder zelf ook maar één meter kabel in de grond te hebben zitten. Dat is in mensentaal wat een virtuele operator doet. Maar is het model ook iets voor uw eigen organisatie?

‘We zijn net hetzelfde als AT&T, Verizon of Belgacom, maar dan zonder netwerk’, stelt Allen Timpany, CEO van Vanco, zowat de bekendste virtuele operator voor vaste verbindingen. In het jargon heeft men het ook wel over een VNO of virtual network operator. Vanco bestaat al sinds 1988, maar groeide vooral de laatste jaren erg fors. De sterren waren het bedrijf ook goed gezind. Toen bijna acht jaar geleden de internetzeepbel uit mekaar spatte, hadden veel operatoren voor miljarden dollars kabel in de grond gestoken, die ze vaak niet aan de straatstenen kwijt raakten. Waardoor de prijs van hun netwerk als sneeuw voor de zon smolt. Verdere regelgeving dwong de traditionele operatoren er ook verder toe om hun netwerken open te stellen. Ook de trend naar standardisering van de technologie hielp een handje.

Gevolg van dit alles is dat bij vooraanstaande analisten als Gartner onder de reeks van grote service providers als Orange Business Services, AT&T en BT Global Services een naam als Vanco verschijnt. Deze virtuele operator koopt infrastructuur in van andere (netwerk)operatoren en biedt deze à la carte aan aan de eigen klanten. ‘Wij zijn niet beperkt tot een bepaald netwerk dat toevallig onszelf toebehoort. Terwijl andere operatoren veel inspanningen moeten steken in het onderhoud en de uitbouw van hun eigen netwerk, kunnen wij die aan onze klanten besteden’, stelt Timpany laconiek op en hij verwijst naar overeenkomsten met honderden netwerkaanbieders die hij heeft afgesloten en de prijs kunnen drukken. Tom Quets, IT manager bij Capespan Continent en al een vijftal jaar klant bij Vanco, erkent de lagere prijs

Zijn bedrijf Capespan is een internationale distributeur van vers fruit voor supermarkten. Het heeft zijn hoofdzetel in Antwerpen en een vijftiental vestigingen wereldwijd, die via een overeenkomst met Vanco zijn verbonden. ‘Voor ons is het concept van de VNO erg geschikt, omdat onze kantoren zich op diverse en minder voor de hand liggende locaties situeren. Via dit virtuele model doen we dus eigenlijk een beroep op fysieke netwerken van andere operatoren. In principe hoeven we als klant zelfs niet te weten van welke aanbieders we effectief netwerkcapaciteit gebruiken’, verduidelijkt Quets.

Bij Capespan gebruikt men een soort van dubbel netwerk. Bedrijfskritieke toepassingen, zoals spraaktelefonie of video conferencing, die worden verstuurd via het robuustere MPLS-netwerk (wat staat voor Multiprotocol Label Switching). ‘Toepassingen als spraak vergen toch stabiliteit, ook qua bandbreedte en moeten op het netwerk absoluut voorrang krijgen, wat via MPLS goed geregeld kan worden.’ Voor andere doeleinden zoals, webverkeer of e-mail, gebruikt men bij Capescan een IP-VPN netwerk dat ook als backup of failover voor het MPLS-netwerk kan dienen.

Is het virtuele model het model van de toekomst? Tom Quets, naar eigen zeggen wél een aanhanger van het virtuele model, spreekt dat tegen. ‘Door de aard van ons bedrijf met vele locaties, en met ongeveer 650 medewerkers wereldwijd toch eerder een beperkte omvang, was een VNO voor ons erg geschikt. Maar ik denk niet dat dit voor alle bedrijven geldt’, geeft hij toe. ‘Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat veel potentiële klanten er nog voor terugdeinzen, omdat het financiële risico groter is. Als je klant bent bij een ‘echte’ operator en die gaat failliet, wat de voorbije jaren wel eens gebeurde, dan heb je nog altijd het netwerk zelf als soort van onderpand. Bij een virtuele operator is het potentiële risico misschien groter, al was dat voor ons geen criterium.’
Ander mogelijk minpunt is dat een virtuele operator als Vanco de markt sowieso meer internationaal benadert dan sommige concurrenten met een ‘echt’ netwerk. ‘Onze account manager zit in de UK. Als er problemen zijn bellen we naar hem of de klantendienst, in het Engels. Ik kan me voorstellen dat dit bij andere potentiële klanten, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk, wel iets gevoeliger ligt. Veel andere operatoren hebben een lokaal kantoor in België. In veel gevallen is dat een stuk makkelijker werken.’

Misschien wel het grootste tegenargument voor de VNO is dat veel van de traditionele operatoren intussen zelf ook al als een soort virtuele operator door het leven gaan. ‘Zelf werken wij bijvoorbeeld veelvuldig samen met andere partijen om ons eigen netwerkbereik te optimaliseren. Bijvoorbeeld in China en india is dat het geval’, vertelt Stéphane Hulin, sales director bij Verizon Business, het vroegere MCI, een ‘echte’ operator. En dan is er nog een ander argument: dat van het complete aanbod. Grote operatoren zoals BT, Verizon of Colt, maar ook een partij als Belgacom, bieden intussen meer dan enkel netwerkinfrastructuur. Binnen hun portfolio zitten ook ondersteunende diensten zoals hosting, systeem- en netwerkintegratie of security. ‘Allemaal diensten waar bij onze klanten ook effectief vraag naar is. Denk maar aan de tweehonderd datacenters waar wij wereldwijd over beschikken’, aldus Hulin. Voor een virtuele operator als Vanco, die veruit de grootste is in zijn soort, is de work force een stuk kleiner om zich tenvolle in deze gebieden te begeven. In zekere zin blijven virtuele operatoren in vergelijking met veel vaste operatoren nog nichespelers, in hun aanbod en omvang. ‘Al mag je niet vergeten dat een bedrijf als Vanco jaarlijks met 35 procent groeit. Iets wat van de meeste gevestigde operatoren niet kan worden gezegd’, werpt Allen Timpany van Vanco nog op.

De virtuele operator of VNO, gewikt en gewogen

Voordelen van een virtuele netwerkoperator
– Vaak flexibeler en goedkoper, vooral voor internationale deals op uiteenlopende locaties
– Uitgebreid netwerk door overeenkomsten met talrijke carriers
– Sterke klantenfocus voor netwerk-gerelateerde diensten

Nadelen van een virtuele netwerkoperator
– Kleinere spelers, financieel dus misschien kwetsbaarder
– Grote troef verdwijnt: grote operatoren worden door hun partnerships zelf ook een beetje VNO
– Beperkter dienstenaanbod