facebook

Deze week hebben technologiebedrijven vergaderd met ambtenaren van de Amerikaanse overheid om de mogelijke buitenlandse inmenging in de tussentijdse verkiezingen van 2018 te bespreken.

 

 

Vertegenwoordigers van Amazon, Google, Twitter, Microsoft en Apple zakten daarvoor af naar het hoofdkwartier van Facebook in Californië. Van de overheidszijde tekenden ambtenaren van de FBI en binnenlandse veiligheid present, zo berichtte de New York Times op maandag.

 

Bedrijven als Facebook kampen met een impagoprobleem, en niet helemaal onterecht. Na de presidentsverkiezingen van 2016 werd namelijk aangetoond dat verschillende Facebook-accounts vanuit Rusland gekleurde Facebook-ads hadden gekocht. Die advertenties waren vaak polariserend van aard en waren erop gericht om bij controversiële thema’s de meningen te verdelen tussen de Republikeinse en Democratische kiezer. Na het kiesschandaal werden technologiebedrijven zoals Facebook met de vinger gewezen. Het is daarom begrijpelijk dat technologiebedrijven ervoor willen zorgen dat dergelijke inmenging niet meer gebeurt.

 

Het is omwille van die reden ook verrassend dat zo’n meeting nu pas voor de eerste keer plaatsvindt. De tussentijdse verkiezingen worden in vijf maanden gehouden, en het was blijkbaar Facebook zelf die de eerste aanzet tot de meeting had gegeven. Heel vruchtbaar scheen de bijeenkomst tussen de technologiebedrijven en de Amerikaanse ambtenaren ook niet echt te zijn.

 

Een van de aanwezigen gaf zelfs aan dat de ontmoeting bij de technologiebedrijven het wrange gevoel had nagelaten dat ze op hun eentje staan als ze verkiezingsmanipulatie willen tegenhouden. Hoewel het normaal gezien de regering is die het voortouw moet nemen in dergelijke aangelegenheden, schijnt de regering-Trump daar maar weinig oren naar te hebben. Het is daarom nu aan de technologiebedrijven.