600 Europese AI-experts roepen in een open brief op tot een Europees AI-instituut. Het is al de tweede keer in luttele weken dat de oproep gelanceerd wordt, wat de urgentie van een gecoördineerde Europese aanpak omtrent AI aantoont.

 

De brief werd opgesteld door Holger Hoos (Universiteit Leiden, Nederland), Morten Irgens (Oslo Metropolitan University, Noorwegen) en Philipp Slusallek (het Duits onderzoekscentrum voor kunstmatige intelligentie, Duitsland).

 

Hoos legt in de brief sterk de nadruk op een Europese aanpak omtrent AI. Volgens Hoos en zijn mede-onderschrijvers hinkt Europa namelijk hopeloos achterop wat de ontwikkeling van AI betreft.

 

Afwachtende houding 

 

Die afwachtende houding omtrent AI uit zich op verschillende vlakken. In de eerste plaats investeert Europa ten opzichte van de grote machtspolen VS en China nog veel te weinig in kunstmatige intelligentie. China is daarbij de koploper: bijna de helft van de totale externe financiering naar start-ups die actief zijn in AI gebeurt door China. Bij de VS is dat 37 procent, zo schrijft het Financiële Dagblad.

 

Who the fuck is ELLIS?

 

Mede door die investeringen worden er ook op constante basis talentvolle wetenschappers aangetrokken. Volgens Max Welling, hoogleraar machine learning en een van de initiatiefnemers van ELLIS, een eerder soortgelijk initiatief, vloeit door die achterstand in investeringen het talent inderdaad weg naar Noord-Amerika.

 

Welling was in april dit jaar nog een van de 600 wetenschappers die ijverde voor een Europees lab voor kunstmatige intelligentie. Met een dergelijk initiatief kan volgens hem braindrain naar landen als de VS en China tegengehouden worden.

 

Volgens de initiatiefnemers van ELLIS wordt de crème de la crème op het gebied van AI continu op de hielen gezeten door headhunters van Amerikaanse bedrijven. Die bieden hen vaak astronomische salarissen waartegen Europa momenteel nog niet opgewassen is.

 

Leer eens over chatbots op de schoolbanken

 

Het probleem begint echter veel vroeger dan op de arbeidsmarkt, maar heeft zijn kiemen in de opleidingen die aan de universiteiten en hogescholen worden aangeboden.

 

Zo zijn er in België bijvoorbeeld nog steeds geen bacheloropleidingen kunstmatige intelligentie. In Nederland heb je die opleidingen dan Al weer wel.

 

Daaruit blijkt duidelijk dat er momenteel nog geen eenduidige Europese standaard is op het gebied van AI-opleidingen. Indien Europa net als de VS en China ook een AI-grootmacht wil worden, moet het ook op dat gebied een tandje bijsteken.

 

L’union fait la force 

 

De Franse president Emmanuel Macron schijnt de boodschap wel begrepen te hebben: hij maakte eind maart namelijk bekend dat hij jaarlijks 300 miljoen euro in AI zou investeren.

 

Voorlopig is Frankrijk wel het enige Europese land met een dergelijke investering. Naast Frankrijk is er geen enkel Europees land dat op die schaal ijvert voor een Europese AI. Dat is spijtig, aangezien Europa niet eén grote entiteit is, maar bestaat uit verschillende kleinere entiteiten, en die zijn niet opgewassen tegen krachtpatsers als de VS en China wanneer ze op zichzelf staan.

 

Zo ook met Frankrijk. Onze zuiderburen kunnen grootmachten als de VS en China niet alleen het hoofd bieden. Investeringen als die van Macron zijn wel een goed begin, maar indien Europa echt een tegenwicht wil bieden aan de VS en China, moet het met een verenigd antwoord komen. L’union fait la force, quoi.