De Europese Unie zal de export van software die misbruikt kan worden voor spionagedoeleinden, strenger gaan controleren. Dat moet voorkomen dat schurkenstaten Europese cyberproducten misbruiken voor verkeerde doeleinden.

Advertentie

 
De EU breidt de regelgeving omtrent exportcontrole bij bepaalde producten uit. Concreet komen tools die misbruikt kunnen worden door autoritaire regimes om de vrijheid van hun burgers in te perken, op de lijst te staan. Denk daarbij aan software om bijvoorbeeld iemands identiteit te achterhalen, of een telefoon te traceren. De EU kijkt met de update van de regelgeving vooral naar producten die bij ons een legitiem gebruik kennen, maar al snel misbruikt kunnen worden in omstandigheden waar het overheidssysteem geen checks en balances kent. De EU wil met andere woorden voorkomen dat software die hier gemaakt wordt, door landen als China of Iran misbruikt wordt om de eigen burgers te bespieden.
 
De export van dergelijke producten, wordt niet verboden. Ze zijn voortaan wel onderhevig aan een goedkeuringsprocedure waarbij de verkoper moet nagaan dat zijn software niet zomaar in verkeerde handen kan vallen. De regelgeving gaat over de hele unie van kracht en brengt straffen met zich mee voor wie zich er niet aan houdt. Dat moet er voor zorgen dat een bedrijf met minder ethische principes geen concurrentieel voordeel krijgt om firma’s die hun potentieel gevaarlijke software wel dicht bij de borst houden.
 
Voor de stemming van de wet haalden de Europarlementsleden nog versleutelingstechnologie uit de lijst met voortaan gecontroleerde ‘cyber-surveillance’-producten. Technologie voor het versleutelen en beveiligen van bestanden en verbindingen mag dus wel vrij geëxporteerd worden. Encryptietechnologie wordt door het parlement gezien als levensbelangrijk voor wie in onderdrukte gebieden wil opkomen voor de mensenrechten.
 

Advertentie