Machine to machine-toestellen zullen in 2021 de helft van het internet innemen. Klassieke smartphones en computers zijn vanaf dan in de minderheid, wat de nood aan 5G in de verf zet.

Advertentie

 
Het internet der dingen wordt binnenkort gewoon het internet. Cisco voorspelt in zijn Visual Networking Index dat tegen 2021 de helft van alle verbindingen gelegd zullen worden voor machine to machine-communicatie. In de andere helft vinden we dan klassieke laptops en computers, smartphones, tv’s en andere toestellen die door mensen gebruikt worden.
 
Sensoren en slimme toestellen die zelf onderling communiceren staan in voor de vrij nieuwe vorm van internetgebruik. Machines sturen zelf gegevens naar elkaar zonder tussenkomst van mensen. Denk daarbij aan slimme sensoren in steden die data over verkeer naar servers of verkeersborden sturen, de pacemaker van morgen die rechtstreeks in contact staat met een monitoringsysteem in het ziekenhuis maar ook slimme containers die laten weten wanneer ze van het schip naar de vrachtwagen zijn overgeladen.
 
Volgens Cisco zal het internet der dingen doorbreken in zowat alle verticale markten, van de slimme thermostaat tot de connected car en de verstandige vorklift. Connected home zal volgens het onderzoek aanvankelijk het grootste deel van de koek krijgen. Gezondheidstoepassingen zullen dan weer het snelst groeien, terwijl ook slimme wagens en steden in opmars zijn.
 
Het is geen toeval dat het slimme huis als eerste doorbreekt. “Het is de geknipte omgeving om connectiviteit voor het eerst uit tebreiden”, vertelt Thomas Barnett van Cisco aan ZDNet. “Ook voor slimme steden is her heel wat potentieel, maar daar moet de regelgeving nog aangepast worden.” Hoewel er bij ons flink wordt ingezet op de slimme stad, hoeft het niet te verbazen dat slimme toestellen bij de consument thuis in eerste instantie voor het grote volume zullen zorgen.

Advertentie