De reprografievergoeding ligt in België stukken hoger dan in de rest van Europa. Het Europese Hof van Justitie is van mening dat dit hoge bedrag wordt veroorzaakt door fouten in de wetgeving.

Advertentie

 
Vorige maand won Hewlett-Packard Belgium een rechtszaak tegen Reprobel. Het hardwarebedrijf had een zaak aangespannen tegen het Belgische vennootzaak, omdat het niet akkoord ging met de vergoeding die het moest betalen om zijn printers op de markt te brengen. De vergoedingen die Reprobel int, zijn conform de Belgische auteurswet en dienen betaald te worden door eenieder die toestellen verkoopt waarmee kopieën gemaakt kunnen worden.
 

Foutieve wetgeving

Vooralsnog werden twee soorten vergoedingen door Reprobel opgelegd. In de eerste plaats dienden fabrikanten een vergoeding te betalen op het moment dat ze hun toestellen op de markt brachten. Dit gebeurde aan de hand van de kopieersnelheid van de hardware. Ook dienden onder andere bedrijven, scholen en fotokopiewinkels een vergoeding te betalen op basis van het aantal kopieën die ze maakten.
 
“Het kon dus zijn dat voor een bepaald toestel twee keer een schadevergoeding werd aangerekend, met overcompensatie tot gevolg. Zo wordt er voor een gemiddeld all-in-onetoestel 178,84 euro aangerekend, terwijl dit in Duitsland slechts 12 euro is. Dit wordt uiteraard naar de consument doorgerekend.” legt Magali Feys, advocaat bij time.lex, uit. “Bovendien werd er bij de reprografievergoeding een unitaire prijs bij aangerekend op basis van je medewerking. De billijke vergoeding is bedoeld om de schade die auteurs leiden te compenseren en dergelijke criteria zouden daarom niet meegerekend mogen worden.”
 
Ook het Europese Hof van Justitie is van mening dat de wetgeving verschillende hiaten bevat. Behalve het onterecht in rekening brengen van iemand zijn medewerking, wordt er namelijk ook geen rekening gehouden met het feit of een toestel voor privé of commercieel gebruik bedoeld is. Verder mag de vergoeding naar uitgeverijen worden doorgestort, waardoor het niet zeker is dat het geld ooit bij de auteur terechtkomt. Ook het feit dat de wetgeving geen clausule bevat voor terugbetalingen in het geval van overcompensatie, kan op kritiek rekenen.
 

Nieuwe regels

Dat de Belgische regels in strijd zijn met de Europese wetgeving, wil echter niet zeggen dat auteurs en consumenten hier baat bij zullen hebben. Het is nu namelijk aan federale overheid om een nieuwe wetgeving uit te werken. Hiervoor is geen termijn opgelegd, waardoor het nog wel even kan duren alvorens de nieuwe regels zijn uitgewerkt. “Het is echter niet slim voor fabrikanten om in de tussentijd Reprobel niet te betalen,” waarschuwt Feys. “Het principe dat een schadevergoeding nodig is, blijft namelijk bestaan. Het zijn enkel de berekeningsregels van de vergoeding die in opspraak zijn gekomen.”
 
Ook kan het zijn dat de reprografievergoeding op basis van de nieuwe regels even hoog zal blijven. Reprobel kan namelijk zijn invloed gebruiken om ervoor te zorgen dat de nieuwe criteria in zijn voordeel zullen zijn. Hierdoor zullen de nieuwe regels niet langer in strijd met de Europese wetgeving zijn, maar kan Reprobel nog altijd evenveel geld innen. “Ik hoop dat de nieuwe vergoeding meer in lijn met de rest van Europa zal zijn. Anders blijven we als land erg onaantrekkelijk voor bedrijven en fabrikanten,” besluit Feys.

Advertentie