We weten allemaal hoe belangrijk connecties zijn. Er is zelfs een nieuw gezegde dat stelt: “het is niet langer wat je weet of enkel wie je kent, dat telt, maar wat wat weet.” Het internet en de mobiele technologie maken het vandaag makkelijker dan ooit om connecties te leggen, zowel tussen personen (P2P), tussen bedrijven […]

Advertentie

We weten allemaal hoe belangrijk connecties zijn. Er is zelfs een nieuw gezegde dat stelt: “het is niet langer wat je weet of enkel wie je kent, dat telt, maar wat wat weet.” Het internet en de mobiele technologie maken het vandaag makkelijker dan ooit om connecties te leggen, zowel tussen personen (P2P), tussen bedrijven (B2B) of tussen machines (machine-to-machine/ Internet of Things – M2M/IoT). In een recente studie die SAP sponsorde, noemt de Economist Intelligence Unit (EUI) dit ‘The Networked Economy’.

Er is weinig data om het te bewijzen maar het staat vast dat hyperconnectiviteit gigantische implicaties heeft voor bedrijven en individuen. Het internet is de backbone van connectiviteit en naarmate de wereld haar infrastructuur uitbouwt, de bandbreedte verhoogt en het gebruik van mobiele toestellen versnelt, krijgt connectiviteit de kans om exponentieel te groeien en de levensstandaard te verbeteren waar dat het meest nodig is.

Het rapport van de EIU zit boordevol data, informatie en inzichten en formuleert voor ons de voordelen van ‘The Networked Economy’. Aan de hand van massa’s details schetst het een beeld van de internetgebaseerde, geconnecteerde wereld die voor ons ligt. De voornaamste these onderzoekt de impact van hyperconnectiviteit op business en mensen.

Na het doornemen van de studie, zijn vooral deze vijf inzichten mij bijgebleven:

1.  Hyperconnectiviteit leidt tot economische groei

Het rapport toont aan dat ‘The Networked Economy’ de productiviteit en economische groei stimuleert. Uit data van McKinsey blijkt bijvoorbeeld dat het internet instaat voor 3,4% van het BNP in de landen van de G8 en in opkomende markten zoals Brazilië, India en China. Nog indrukwekkender: het internet was in 2004-2009 goed voor meer dan 20% van de groei van het BNP. Het lijkt heel plausibel dat deze percentages fors zullen stijgen naarmate de internetconnectiviteit toeneemt in de opkomende landen.

2.  De productiviteit zal het opvallendst groeien in ontwikkelingslanden

In het EIU-rapport vinden we ook een onderzoek van Deloitte waaruit blijkt dat het toenemende internetgebruik in Afrika, Latijns-Amerika en Azië een grote impact zou kunnen hebben op deze regio’s. Stel dat het gebruik van het internet in die landen even fors groeit als in de ontwikkelde landen, dan stijgt de productiviteit op lange termijn met 25% en het BNP met 72%, zo schat Deloitte. Er zouden 140 miljoen nieuwe jobs ontstaan en het gemiddelde inkomen groeit met USD 600. Zodat 160 miljoen mensen uit de armoede geraken en 640 miljoen kinderen een betere opleiding krijgen. Indrukwekkende cijfers, niet? 

3.  Het IoT zorgt voor de connecties, maar wanneer helpt het productieprocessen te verbeteren?

Het IoT en het potentieel van geconnecteerde ‘dingen’ is dé trend in technologieland. Gartner schat dat het aantal IoT-gebaseerde toestellen tussen 2009 en 2020 zal groeien van 900 miljoen tot 26 miljard.  Een toepassing van het IoT is Smart Manufacturing (slimme productie) of de integratie van connectiviteit in productiemachines. Smart Manufacturing heeft echter nog een hele weg af te leggen. Onderzoek van de American Society for Quality (ASQ) toont aan dat maar 13% van de Amerikaanse producenten Smart Manufacturing kan inzetten. 73% van de respondenten zegt dat de kost te hoog is om met Smart Manufacturing aan de slag te gaan.

4.  Traditionele winkels zullen blijven bestaan. Of toch in bepaalde sectoren.

In juni 2014 voorspelde een rapport van Kantar Worldwide dat de e-commercemarkt voor fast moving consumer goods (consumptiegoederen die in de supermarkt gekocht kunnen worden) in 2016 5,3% van de wereldmarkt zal uitmaken, tegenover 3,7% nu. Dat betekent dat de lokale kruidenier en supermarkten blijven bestaan. Opvallend is wel dat het rapport niets vertelt over de impact van e-commerce op de verkoop van duurzame consumentengoederen zoals HD-tv’s, huishoudtoestellen en elektronica.

5.  Zelfs 15 jaar internet volstaat niet om het volledige plaatje te zien

Betekent dat dat we de algemene impact van hyperconnectiviteit niet kunnen meten? Op de eerste pagina van het rapport lazen we inderdaad: “Het is in dit stadium nog steeds moeilijk om de algemene impact van hyperconnectiviteit te kwantificeren.” Rudolf van der Berg, economist en beleidsanalist bij de OESO stelt inderdaad dat het te vroeg is om de impact van het internet te meten, wegens te weinig historische data om ons op te baseren. Dit is een interessante kijk op het internet, die vast reactie zal opwekken bij de Millennials. Maar van der Berg heeft een punt. Het internet is nog steeds relatief ‘nieuw’: 15 jaar is maar een fractie van onze tijdrekening. 

Advertentie