Het internet der dingen zou de economie nog veel meer kunnen veranderen dan internet zelf heeft gedaan. Dat stelt een Harvard-econoom.

Advertentie

Het internet heeft het concurrentielandschap drastisch veranderd. Maar het internet der dingen zou daar een nog veel grotere schep bovenop kunnen doen. Het productiepotentieel is zo krachtig dat dit een nieuwe periode van welvaart kan inluiden.

Dit schrijft Michael Porter, een econoom aan de Harvard Business School, in een essay in vakblad Harvard Business Review. Hij deed dat samen met James Heppelmann, de topman van PTC, een bedrijf gespecialiseerd in machine-to-machine-learning.

Derde IT-golf
Volgens beide auteurs heeft IT in de afgelopen vijftig jaar twee grote veranderingen of “golven” in gang gezet: de automatisering in de jaren zestig en zeventig en het internet dat daaruit ontstond. Het internet der dingen – waarbij producten met elkaar in verbinding staan – markeert nu een derde nieuwe golf.

“Met het internet der dingen wordt IT onderdeel van het product zelf”, schrijven Porter en Hesselmann. Sensors, processors en software zitten verweven in elk denkbaar product en worden gekoppeld aan metingen en analyse. Die combinatie zal veranderen hoe bedrijven werken, hoe ze hun producten afleveren en hoe ze contact hebben met hun klanten.

“Deze nieuwe en betere producten ontketenen een enorme sprong in economische productiviteit”, denken de auteurs. “Deze derde golf van verandering door IT is daarmee in potentie de grootste tot nu toe, en zal voor nog meer vernieuwing, productiviteitswinst en economische groei zorgen dan de vorige twee deden.”

Doordat de aard van het product verandert, worden bedrijven gedwongen om opnieuw na te denken over vrijwel alles wat ze doen, zo schrijven de heren.

Kinderschoenen
Dit zijn flinke uitspraken, die zeker ook in twijfel zullen worden getrokken door andere insiders en onderzoeksbureaus. Bij Gartner denken ze bijvoorbeeld dat de doorbraak nog tien of twintig jaar op zich kan laten wachten.

Waar analisten het echter over eens zijn is dat het internet of things (IoT) nu nog in zijn kinderschoenen staat. Misschien vergelijkbaar met 1995, toen Amazon en eBay online verschenen, gevolgd door Netflix en Google twee en drie jaar later. De impact hiervan konden we toen ook nog niet overzien.

Seth Robinson van IT-handelsvereniging CompTIA stelt dan ook dat niemand nu kan weten hoe het IoT zich gaat ontwikkelen. “Er bestaat geen kaart voor. Maar bedrijven hebben grote kansen als ze er iets nieuws mee gaan doen”, zegt hij.

Defecten accuraat voorspellen
Het internet der dingen is gebaseerd op het idee dat producten slim worden en met elkaar kunnen communiceren, in jouw naam. Fiona McNeill van analyticssoftwarebedrijf SAS geeft een mooi voorbeeld van waar het IoT nu staat.

“SAS werkt samen met een vrachtwagenfabrikant en gebruikt IoT-technologie tegelijk met voorspellende software om vast te stellen wanneer een onderdeel kapotgaat. Op dit moment kunnen we een defect dertig dagen vooraf zien aankomen, en met 90% zekerheid correct voorspellen. Dit kunnen we ook toepassen op locomotieven, medische apparatuur en de olie- en gasindustrie. En uiteindelijk zal het zijn weg vinden naar draagbare technologie, aldus O’Neill.

Intel investeert
Intussen zet chipmaker Intel zwaar in op de nieuwe technologie met een eigen IoT-platform. Diane Bryant, algemeen manager van Intels softwaregroep, noemt het internet der dingen de volgende standaard in computing en voorspelt veertig miljard verbonden apparaten in 2020, van draagbare gadgets tot industriële eindpunten in de verkoop en logistiek. De chipmaker zegt dit jaar al twee miljard dollar omzet aan de technologie te verdienen.

Voor het volledige essay van Porter en Heppelmann klik je hier naar Harvard Business Review.

Advertentie