Een enquête wijst uit dat banken grote technologiebedrijven als Apple, Google en Amazon steeds vaker als gevaarlijke concurrenten zien.

Advertentie

Temenos, een aanbieder van banking-software, hield een enquête bij 198 bankiers waarin gepolst werd naar de grootste bedreigingen voor hun bedrijfstak.

Daaruit blijkt dat die dreiging voor 23 procent van de bevraagde bankiers van buiten de traditionele financiële sector komt. Dat is niet echt verrassend: verschillende technologiebedrijven hebben in de afgelopen jaren financiële diensten uitgebouwd, meestal rond betalingen. Google Wallet bestaat sinds 2011 in de VS, Apple lanceerde afgelopen maand ApplePay, en Facebook heeft aangegeven dat het een betalingssysteem zou willen opzetten in Europa – reden genoeg om zenuwachtig te worden.

De steeds meer verregaande digitalisering van de financiële sector heeft de deur opengezet voor deze technologische spelers, stelt Ben Robinson, de auteur van het rapport, en andere tendensen, zoals de verminderde merkentrouw van consumenten, spelen dat nog in de hand.

Banken krijgen verder ook concurrentie van zogenaamde peer-to-peer-platformen, volgens 19 procent de grootste bedreiging voor hun banken. Start-ups als de Lending Club en de Funding Circle zijn voorlopig alleen nog maar actief in de Angelsaksische wereld, maar winnen daar in hoog tempo aan populariteit.

Deze nieuwe spelers zorgen ervoor dat de ondervraagde bankiers de dreiging van traditionele rivalen zoals beginnende banken, gekende kredietgevers en supermarkten die financiële diensten aanbieden, lager inschatten.

Robinson waarschuwt vooral dat grote banken, die vaak worstelen met logge IT-systemen, zullen moeten opletten voor de flexibelere concurrenten binnen de financiële sector. Als banken te lang wachten, stelt hij, zullen ze al te veel van hun marges verloren zijn aan nieuwe spelers om de nodige veranderingen door te voelen.

Uit dezelfde enquête blijkt ook nog dat 53 procent van de ondervraagden niet van plan is om hun IT-situatie volledig te vernieuwen als er geen zware druk komt van de overheidsregulatoren. Een mentaliteitswijziging zal dus nog heel wat voeten in de aarde hebben.