Het hoofd van de FBI vergelijkt Chinese hackers met dronken inbrekers. Toch kostten de beschonken cybercriminelen Amerikaanse bedrijven jaarlijks miljarden.


Het hoofd van de FBI, James Comey, heeft het niet hoog op met Chinese hackers die Amerikaanse bedrijfsinfrastructuur aanvallen. Comey vergelijkt de hackers met dronken inbrekers: “Ze stampen de voordeur open, en duwen een vaas omver terwijl ze naar buiten stommelen met de televisie.”

Toch werkt de Chinese strategie, merkt de directeur op.


Volgens hem zijn er heel wat entiteiten die Amerikaanse bedrijven viseren met cyberaanvallen, van regeringen en georganiseerde cybersyndicaten tot terroristen en hacktivisten. “Aan de top van de landen staat China”, vertelt Comey aan de televisiezender CBS. Het geheim van de Chinezen is blijkbaar de hoeveelheid aanvallen die ze uitvoeren. Door hun grote aantallen maakt de kwaliteit van een individuele aanval niet veel uit.

Volgens de FBI is China zowat de hele tijd bezig met hacken links en rechts, en vaak genoeg werkt er wel eens iets. “Er zijn twee soorten bedrijven in de VS”, gaat Comey verder. “Bedrijven die gehackt zijn door de Chinezen en bedrijven die nog niet weten dat ze gehackt zijn door de Chinezen.”

Wat willen de Chinezen stelen?
Volgens de VS is China vooral uit op intellectueel eigendom. Zo kan het land nieuwe uitvindingen kopiëren en hoeft het niet zelf te innoveren. Ook informatie waarmee Chinese bedrijven sterker staan in onderhandelingen met Amerikaanse zakenpartners is gegeerd. De FBI-directeur schat dat China’s cybercriminaliteit goed is voor een jaarlijks verlies van enkele miljarden dollars voor Amerikaanse bedrijven.

Hypocriet
China zelf doet de aantijgingen van Comey en de VS af als hypocrisie. Dat de Verenigde Staten inderdaad met een dubbele standaard werken valt moeilijk te betwisten, aangezien de lekken van Snowden over Prism en andere NSA-programma’s lijken aan te tonen dat ook de Amerikanen niet vies zijn van een dosis bedrijfsspionage.