Grote en kleine bedrijven kiezen steeds vaker voor openbronsoftware en zijn vele voordelen. Maar soms is gesloten, proprietary software zinvoller voor een onderneming. Hier zijn zeven gevallen waarin het logisch is om gewoon voor je software te betalen.


Hoe heeft technologie een impact op je business?
Ontvang elke week het zakelijk IT-nieuws rechtstreeks in je inbox!



De voordelen van openbronsoftware zijn bekend. Het is gratis en je kunt het jezelf passend maken. Omdat vele ogen meekijken naar de code worden beveiligingsproblemen snel gevonden. En voor het repareren daarvan ben je niet afhankelijk van een fabrikant. Plus tot slot, je zit niet opgescheept met een wees als die fabrikant niet meer omkijkt naar zijn product, wanneer dat niet langer winstgevend zou zijn.

Zelfs de Britse overheid overweegt nu Microsoft Office in de steek te laten en over te stappen op alternatieve openbronsoftware. Maar de voorstanders van openbronsoftware zullen je niet vertellen dat, ondanks al deze pluspunten, de traditionele proprietary of gesloten software voor een bedrijf soms gewoon beter is.

Hier zijn zeven situaties waarin je níet voor openbronsoftware kiest.

1. Wanneer je minder ervaren gebruikers hebt
Linux heeft een grote impact gehad op de servermarkt. Maar bij de desktops kun je niet hetzelfde zeggen. Ook al boekt het de laatste jaren vooruitgang, Linux blijft lastig te gebruiken voor beginners. De interfaces van de verscheidene distributies zijn veel minder goed dan die van Windows en Mac OS X.

Linux mag dan misschien wel technisch superieur zijn aan deze gesloten besturingssystemen, door zijn zwaktes vinden gebruikers het moeilijker en minder aantrekkelijk. Dat betekent minder productiviteit, wat uiteindelijk veel duurder is dan de aanschaf van een systeem waar je medewerkers mee vertrouwd zijn.

2. Het is de standaard niet
Het gros van het kantoorpersoneel kent Word en Excel. Ook al zijn er een paar uitstekende alternatieven voor Microsoft Office, zoals LibreOffice en Apache OpenOffice, ze hebben niet dezelfde functies, gebruikersinterface, prestaties, uitbreidingen en API’s voor integratie met andere producten. Ze komen meestal heel dicht in de buurt, maar soms bestaat het gevaar dat de verschillen problemen gaan opleveren. Zeker wanneer je documenten uitwisselt met leveranciers of klanten.

Een extra probleem ontstaat wanneer een softwarefabrikant is doorgedrongen tot universiteiten en andere opleidingsinstituten, die het breed gebruiken voor de opleiding. Studenten zijn er dan aan gewend geraakt. In het bedrijfsleven vinden zij het logisch dat ze verder kunnen werken met de software die zij gewoon zijn.

3. Betere ondersteuning bij betaalde software
Soms bestaat er voor openbronsoftware ook eersteklasondersteuning, van het bedrijf dat het project leidt of van een derde. Maar dit is niet heel vaak het geval. En dat kan een probleem zijn, volgens professor Tony Wasserman, docent in softwaremanagement aan de Carnegie Mellon-universiteit.

“Sommige klanten hebben liever iemand van buiten het bedrijf die zij elk moment kunnen bellen voor productondersteuning. Ze zijn bereid te betalen voor een service level agreement (SLA) die ze verzekert van een tijdige reactie”, zegt hij. “Bij de wijd gebruikte openbronprojecten reageren mensen vaak ook heel snel op vragen die gesteld worden op een forum. Maar dat is niet hetzelfde als een gegarandeerd antwoord van een fabrikant op een telefoontje.”

4. Als je software as a service wil
Cloudsoftware is een beetje anders dan conventionele software. Over het algemeen krijg je geen toegang tot de broncode, ook al zou de gehoste software helemaal gebouwd zijn op openbronsoftware. Daarmee is die software technisch gezien nog niet gesloten, maar deze levert je niet al de voordelen van open bron op. In dat opzicht wegen de voordelen van het model van ‘betaal voor wat je gebruikt’ toch zwaarder dan het nadeel van geen toegang hebben tot de broncode.

5. Als gesloten software beter werkt met je hardware
Veel gesloten hardware vereist specifieke drivers. Deze zijn vaak ook gesloten en alleen beschikbaar via de fabrikant van de hardware. Ook al bestaat er een openbrondriver als alternatief, dan is het nog niet de beste keuze. “Ontwikkelaars kunnen de hardware niet ‘zien’, dus de gesloten driver werkt misschien gewoon beter”, zegt Chris Mattman, lid van de Apache Software Foundation.

6. Als garantie heel belangrijk is
Sommige openbronbedrijven, zoals Red Hat, zien er qua structuur uit als fabrikanten van gesloten software. Ze bieden dan ook garanties en aansprakelijkheid voor hun producten, net zoals de bekende fabrikanten dat doen. “Deze bedrijven zijn precies hetzelfde als de gangbare softwareleveranciers, behalve dan dat ze je niet trakteren op een potje golf”, zegt professor Wasserman.

Maar tegenover Red Hat staan vele openbronprojecten die niet worden gesteund door een commerciële organisatie. Soms krijg je garanties van een derde partij, maar in veel gevallen niet. Als je dat niet passend vindt of het sluit niet aan op je bedrijfsbeleid, ga dan naar een traditionele, commerciële softwareverkoper.

7. Als je een fabrikant wil die blijft
Natuurlijk is er ook bij een commercieel bedrijf geen garantie dat zijn product blijft bestaan. De vraag kan dusdanig teruglopen dat ontwikkeling ervan niet langer rendabel is. Het bedrijf kan zelfs helemaal verdwijnen.

Maar als een openbronproject klein is, bestaat het gevaar dat de persoon erachter zijn belangstelling verliest. Als dat gebeurt, is het niet vanzelfsprekend dat er zomaar een andere openbronontwikkelaar instapt.

Misschien is dit eerder een argument tegen kleine openbronprojecten dan een argument voor gesloten software. Maar bij een groter softwarebedrijf kun je eerder in de boeken kijken en inschatten of de kans dat het over een paar jaar nog bestaat groot genoeg is.

Conclusie
Ook al is openbronsoftware vaak een betere keuze dan de functioneel gezien bijna gelijke commerciële evenknie, het moet geen dogma worden.

“Praktisch gezien denk ik dat de meeste mensen een voorkeur hebben voor openheid, zeker in het licht van de recente onthullingen rond de spionerende geheime dienst NSA”, zegt professor Wasserman. “Maar tegelijk maken velen van hen een uitzondering als er geen praktisch alternatief bestaat – om maar niet te spreken over hun gebruik van Macs en iOS-apparaten.”

Met dank aan Paul Rubens, Cio.com

(Beelden: kentoh; LeArchitecto)