De combinatie van sensoren, apps en cloudcomputing kan ervoor zorgen dat je smartphone binnen vier jaar controle neemt over een belangrijk deel van je leven. Maar alleen als je hem zelf voldoende vertrouwt.

Advertentie

Vergis je niet: smartphones zullen al heel snel in staat zijn om je volgende stap te voorspellen, inschatten wat je nieuwe aankoop zal zijn of een andere handeling kunnen interpreteren, op basis van wat ze weten over je gedrag. Dit beweert bureau Gartner, dat onderzoek deed naar de ontwikkeling van onze telefoons en het waagt om onze nabije toekomst te voorspellen.

Het gaat vooral om de combinatie van in de cloud opgeslagen data, de sensors in mobiele toestellen en de verwerkingskracht van de cloud. Deze combinatie stelt smartphones in staat betekenis te geven aan alle informatie die zij opvangen als onze constante metgezel.

Hierdoor krijgen ze het aanzien van een hogere intelligentie. “Smartphones zullen in 2017 slimmer zijn dan jij”, voorspelt Carolina Milanesi, vicepresident bij Gartner.

Smartphone waarschuwt wekker

Milanesi geeft een eenvoudig voorbeeld, dat je zelf ook wel kunt bedenken en al niet meer futuristisch klinkt: je telefoon ziet "s ochtends als je nog ligt te slapen dat er files staan op weg naar kantoor, en laat de wekker eerder afgaan zodat je die belangrijke vergadering niet mist. Of, als de vergadering minder belangrijk is, stuurt hij een verontschuldiging dat je er niet bij bent.

Smartphones verzamelen contextuele informatie van de kalender, van zijn sensors, van de locatie van de gebruiker en diens persoonlijke gegevens, zegt Milanesi. “We nemen aan dat apps na verloop van tijd kennis gaan vergaren en beter worden in hun voorspellingen van wat gebruikers nodig hebben en willen. Dit gebeurt terwijl dataverzameling en de reacties daarop in realtime plaatsvinden”, verklaart ze.

De digitale assistent

Smartphones bevatten nu al persoonlijke digitale assistenten. Siri van Apple en Google Now zijn de bekendste voorbeelden. Zulke systemen kunnen vragen beantwoorden en afspraken maken voor hun baasje, maar hun capaciteiten zijn nog vrij beperkt en ze hebben geen breder inzicht in het gedrag van hun gebruiker. Velen zien ze daarom als weinig meer dan een noviteit.

Maar veel sterkere assistenten zijn in de maak. IBM wil van zijn supercomputer Watson – die twee jaar geleden voor het eerst de mens versloeg in een populaire Amerikaanse tv-quiz – ook een zeer krachtige, persoonlijke digitale rechterhand maken.

Ondertussen werkt Microsoft aan Cortana, een assistent die kan leren en zich kan aanpassen, onder meer op basis van de kennis van zoekmachine Bing. Als Gartner het bij het rechte eind heeft, zullen deze persoonlijke assistenten binnen enkele jaren een grote rol in ons leven gaan spelen.

Huishoudelijke klusjes

De onderzoekers voorspellen dat de eerste taken die automatisch voor je worden uitgevoerd saaie maar noodzakelijke klusjes zijn. Zoals een afspraak maken bij de garage voor je auto, een takenlijstje voor de week opstellen, verjaardagswensen sturen, of antwoorden op alledaagse e-mails.

Zodra consumenten er gerust op zijn om zulke huishoudelijke klusjes aan hun smartphone over te laten, zullen ze ook steeds meer apps en diensten accepteren die andere aspecten van hun leven overnemen. Dit omschrijft Gartner als het begin van cognisant oftewel bewuste computerisering.

Gartner ziet vier fases in dit hele proces:

1. Sync me – telefoons kunnen digitale middelen opslaan
2. See me – toestellen weten waar de gebruiker is geweest, zowel fysiek als online
3. Know me – smartphones kunnen ongevraagd informatie aanbieden
4. Be me – smartphones kunnen handelen in naam van hun eigenaar

“In de komende vijf jaar zullen alle beschikbare gegevens over ons, wat we leuk vinden en wat niet, over onze omgeving en onze relaties gebruikt worden door onze toestellen, zodat hun relevantie groeit en ze uiteindelijk ons leven kunnen verbeteren”, aldus Milanesi.

En hoe meer consumenten de toestellen en diensten vertrouwen, hoe effectiever deze zullen zijn. Milanesi: “Telefoons worden onze geheime digitale agent, maar alleen als we bereid zijn ze de informatie te geven die ze nodig hebben.”

Privacy een probleem?

Niet alle consumenten zullen welwillend zijn om hun besluitvorming uit te besteden, of zoveel informatie over zichzelf over te dragen aan hun toestel en de cloud.

Gartner denkt dat privacy inderdaad voor sommigen een probleem zal zijn. Maar voor velen is dat alleen zo als zij niet genoeg terugkrijgen voor hun persoonlijke data. “Consumenten willen veel opgeven voor gemak. Het profijt dat we uit bepaalde apps halen, kan ons aansporen tot een houding die gisteren nog ondenkbaar was”, zo stelt het onderzoeksbureau.

Taak voor smartphoneverkopers

Inderdaad, smartphones slaan al deze gegevens nu al op. Maar die data bevinden zich in meerdere silo’s die niet met elkaar in verbinding staan. Een digitale assistent beslissingen voor je laten nemen zal voor veel consumenten slechts een verbeterde uitwisseling van gegevens betekenen, denkt Gartner.

Voor de makers en verkopers van smartphones betekent dit dat ze meer nadruk moeten gaan leggen op het bouwen van een ecosysteem van diensten en apps. Terwijl de hardware nog slechts een product wordt, gaat het echte gevecht om controle over consumentengegevens in de cloud.

De strijd om "eigendom" van de consument wordt feller als verkopers de clouddata proberen te beheren, en daarmee hun relatie met de consument. Maar zij krijgen nog steeds de schuld als de hardware faalt. Het toestel zal in dit geval juist als dom worden gezien, ook als er iets hapert in het echte brein: de cloud.

Positief voor verkopers is dan weer dat zij nieuwe inkomsten zullen genereren uit de groeiende kennis die zij hebben over hun klanten. Ze kunnen hun aanbiedingen steeds verder finetunen. Volgens Gartner zijn de kansen gigantisch zodra de smartphone aankopen mag doen via de digitale portemonnee van de consument, of met de creditcard.

“Het gaat erom dat de gebruiker zelf de juiste regels en toestemmingen vaststelt, zodat alleen vooraf goedgekeurde handelingen plaatsvinden – in plaats van dat de smartphone brutaal aankoopbeslissingen neemt”, zo concludeert Milanesi.

In samenwerking met Steve Ranger, ZDNet.com