Elk IT-bedrijf heeft een strategie in de cloud. Maar zeker voor IT-systemen en -infrastructuur zijn het enkele grote jongens, zoals Microsoft, Amazon en VMWare die de lijnen uitzetten.

Advertentie

De grootste spelers qua infrastructuur in de cloud, Microsoft, VMware en Amazon proberen hun positie te verstevigen door elk een andere strategie te hanteren. Het zijn strategieën die klanten dwingen tot grote, vaak onomkeerbare, IT-beslissingen. Al huiveren ze er vaak voor om zich helemaal te binden aan een of andere leverancier, het zogenaamde vendor lock-in-scenario.

Microsoft: heerser in het bedrijf

Microsofts situatie is eenvoudig. Bedrijven gebruiken de software van Microsoft op hun desktops en om servers te beheren. Veel van die workloads kunnen naar de private cloud verhuizen waar Microsoft concurrentie krijgt van een partij als VMware. Of ze gaan naar de publieke cloud waar Microsoft dan weer met Amazon moet afrekenen met zijn Web Services.

De aanpak van Microsoft is onder meer om meer eigenschappen van Amazons cloud over te nemen en om Windows Server te updaten tot een zogenaamd besturingssysteem voor de cloud. Het heeft geprobeerd om dit te doen door de functies van de eigen hypervisor Hyper-V (die verschillende ‘virtuele machines’ op een gemeenschappelijk hardwareplatform laat draaien) te verbeteren en door betere netwerkfuncties te voorzien.

Ook qua gebruikersinterface gaan ze erop vooruit. Daarbovenop heeft Microsoft Azure en Windows Server wat dichter bij elkaar gebracht. Het is bijvoorbeeld simpeler geworden om gegevens te koppelen op de twee systemen.

Met zijn cloud wil Microsoft een bepaald soort klanten voor zich winnen: bedrijven die van een bekende interface (Windows 7 en binnen een aantal jaren Windows 8) willen overstappen naar een andere (Windows Server) en die gebruik willen maken van de mogelijkheden van de cloud. Een cloud die lijkt op de omgeving die ze binnen de bedrijfsmuren (on-premise, in het jargon) hadden staan.

VMWare: heerser in het datacenter

VMware, waar IT-bedrijf EMC een meerderheid in bezit, is heer en meester in virtualisatietoepassingen, waarbij je de directe link verbreekt tussen de fysieke infrastructuur en de applicaties die erop draaien. Vorige zomer nam VMware 52 procent van de gevirtualiseerde computertaken voor zijn rekening, terwijl Microsoft, volgens IDC, aanspraak maakte op 27 procent.

Microsoft heeft geweldige tools om Windows en gevirtualiseerde Windowsomgevingen te beheren, maar VMware heeft de bovenhand als het op gevirtualiseerde toepassingen tout court aankomt.

In de wereld van VMware beheren administrators geen vloot besturingssystemen maar beheren ze toepassingen. Voordeel van deze aanpak is de flexibiliteit. Toegangscontrole en gegevensmigratie zijn makkelijker met de gedetailleerde aanpak van VMwares technologie. Maar er zijn ook nadelen. Als je namelijk alle virtuele machines wil beheren, moet je VMwares technologie gebruiken.

Als je naar de cloud wil, moet je er dus eentje vinden die de managementtools gebruikt die met VMware werken.  Zo zijn er jammer genoeg niet veel clouds die zijn gebouwd bovenop de eigen vCloud Director-software. VMware wijst erg graag op voorbeelden van publieke en private clouds die gebaseerd zijn op zijn vCloud Director. Maar geen van die clouds zijn erg groot als je dat bijvoorbeeld met Amazon gaat vergelijken.

Het probleem van VMware is dat de technologie een fenomenaal succes heeft gekend in het datacenter, maar dat bedrijven toch meer controle over de technologie willen als het over de cloud gaat. Dit is de reden waarom grote clouds ofwel technologie gebruiken die proprietair is (Microsoft via Hyper-V voor Azure), openbron of eerder omhuld in geheimdoenerij (zoals bij Amazon Web Services via een aangepaste Xen-hypervisor).

Dus als clouds niet direct VMware willen ondersteunen, komt er een extra drempel voor administrator die hun data naar publieke clouds willen migreren. VMware kent dus een groot succes in het datacenter, maar amper een voet in de grote clouds. Daarom dat VMware meer functies en mogelijkheden in hun software toevoegt om dit mogelijk te maken.

Amazon: heerser in de cloud

Dan is er nog Amazon die de cloud van een geheel andere kant bestormt dan Microsoft en VMware. Die twee laatste proberen de gegevens van hun klanten naar de cloud te verhuizen. Amazon heeft zich toegespitst op het omgekeerde te vergemakkelijken: gegevens uit de cloud naar het plaatstelijke datacenter te trekken.

De redenering erachter is dat bedrijven de Amazoncloud als hun hoofdcloud gaan beschouwen. En daarvoor bouwen ze een geheel aan technologieën om het makkelijker te maken om ook private clouds te linken. Amazons strategie is er een van verdeel en heers waarbij het lokale datacenter vanop verschillende fronten aangevallen wordt. Het heeft eigen initiatieven zoals de Amazon Storage Gateway om zichzelf in het private datacenter te installeren. Maar er zijn ook partnerschappen andere bedrijven van cloudsoftware. Tenslotte wordt Amazon door zijn omvang en groeiende belang ondersteund door grote bedrijven die technologie bouwen om data te verhuizen naar applicaties in de cloud.

Amazons strategie bestaat er voornamelijk in om achterover te leunen en de softwareverbindingen te zien toenemen. Voor administrators kan deze strategie wel voor hoofdpijn zorgen. Amazons succes komt immers van organische wildgroei van een ecosysteem van softwarepartners en aanhangers. Daardoor zijn er veel opties, maar weinig beheermogelijkheden. Om van een eengemaakte gebruikerservaring nog maar te zwijgen.

Drie keuzes

Op de keper beschouwd hebben we met de cloud-houding van Microsoft, VMware en Amazon drie keuzes.

Microsoft is voor velen een vereenvoudiging. Je kan ook iets meer complexiteit tolereren en kiezen voor een gefragmenteerde omgeving van VMware die wel goed ondersteund wordt. Of je kan elk concept van gebruiksvriendelijkheid helemaal laten varen en gaan voor een oplossing van Amazon die je de grootst mogelijke vrijheid gunt.

Elke keuze heeft zijn voordelen en valkuilen. Tenslotte wijzen we op de talloze Belgische bedrijven die nooit zullen opteren voor een van deze drie. Maar dicht bij huis gaan aankloppen bij een plaatselijke cloudprovider. Noem het gerust de vierde (en overigens erg gangbare) weg.

Advertentie