Websites willen graag zoveel mogelijk weten over hun bezoekers. Google Analytics is al jaren een betrouwbare tool, maar haal je er wel het maximale uit?


Hoe heeft technologie een impact op je business?
Ontvang elke week het zakelijk IT-nieuws rechtstreeks in je inbox!



Websites willen graag zoveel mogelijk weten over hun bezoekers. Google Analytics is al jaren een betrouwbare tool, maar haal je er wel het maximale uit?

Tip 1: Maak aantekeningen

Als je iets verandert aan een website, kun je daar een aantekening van maken in Analytics. Dankzij deze kleine reminders, weet je op een later tijdstip nog wat je op een bepaalde datum hebt veranderd. Zie je na die datum een verandering in de bezoekcijfers, dan kun je dus ook snel de oorzaak achterhalen.

Het maken van zo’n annotatie is een fluitje van een cent. Klik in het scherm ‘Bezoekersoverzicht’ op de grafiek en kies ‘Create new annotation’. Omschrijf de gebeurtenis en klik op ‘Opslaan’.

Tip 2: Interne zoekopdrachten

Veel sites hebben op hun pagina’s een zoekmachine staan. Je bent natuurlijk benieuwd waar je bezoekers zoal naar op zoek gaan. Gelukkig kan Analytics deze zoekwoorden bijhouden.

Ga daarvoor naar de accountinstellingen (het tandwiel rechtsboven) en kies daar voor ‘Profielinstellingen’ en ‘Zoekopdrachten voor site bijhouden’. Vermeld hoe Analytics de zoek-url kan herkennen. Dat doet het vaak met woorden als ‘zoek’, ‘query’ of ‘search’.

Tip 3: Mobiele bezoekers

Google Analytics meet standaard hoeveel mobiele bezoekers een site krijgt. Je vindt de cijfers door te klikken op ‘Doelgroep’, ‘Mobiel’. Maar wat is het percentage mobiele bezoekers op het geheel? Dat cijfer verschijnt niet standaard, maar is wel te achterhalen.

Gebruik hiervoor "Geavanceerde segmenten". Klik op het tabblad ‘Standaardrapporten’, ‘Geavanceerde segmenten’ en vink dan ‘Mobiel verkeer’ aan. Nadat je op ‘Toepassen’ hebt geklikt, verschijnt het percentage mobiele bezoekers. Door nieuwe aangepaste segmenten aan te maken kun je zelfs zien met welk toestel mensen precies naar je site surfen.

Tip 4: Traceer browsergebruik

Op dezelfde manier kun je nagaan welke browsers je bezoekers vaak gebruiken. Als je weet dat een site vaak met Firefox wordt bekeken, is het belangrijk om extra goed te letten op de weergave in deze browser. Ook komt het voor dat het bouncepercentage hoger is in een bepaalde browser. Als dat zo is, noopt dat tot actie.

Ook hier werk je weer met ‘Nieuw aangepast segment’. Geef een naam (bijvoorbeeld Firefox) en kies bij de groene uitklapknop voor ‘Browser’. In het veld na ‘Met’ tik je Firefox. Doe hetzelfde voor Chrome, Internet Explorer en Safari. Voortaan vind je de percentages voor deze browsers door de betreffende segmenten aan te vinken.

Tip 5: Cijfer jezelf weg

Zorg ervoor dat bezoekcijfers niet vervuild raken door het bezoek vanuit de eigen organisatie. Maak hiervoor een filter aan. Dat kan alleen als je bent ingelogd als beheerder van het account. Klik op het tandwiel rechtsboven. Kies voor ‘Filters’, ‘Nieuw filter’. Geef het filter een naam en klik op ‘Uitsluiten van verkeer van de IP-adressen’. Vul daarna het IP-adres in. Het eigen IP-adres vind je onder meer via www.whatismyip.com. Doe hetzelfde voor andere IP-adressen die jouw organisatie of medewerkers gebruiken.

Tip 6: Effectieve landingspagina"s?

Veel sites verwijzen door naar bepaalde landingpagina’s, bijvoorbeeld in nieuwsbrieven of reclamecampagnes. Om de effectiviteit te meten, is het nuttig te weten waar het bezoek aan die landingpagina’s vandaan kwam. Welke nieuwsbrief was het effectiefst? Welke verwijzing leverde het meeste verkeer op? Dat is makkelijk te achterhalen.

Ga eerst naar het tabblad ‘Standaardrapporten’. Via ‘Inhoud’, ‘Site-inhoud’ kom je bij ‘Bestemmingspagina’s’ (oftewel landingpagina’s). Klik (boven de tabel) op ‘Secundaire dimensie’ en typ ‘Bron’. In de tabel verschijnt nu een extra kolom met gegevens over de herkomst van het bezoek.

Tip 7: Maak zelf widgets

Het dashboard geeft in een oogopslag de prestaties van een site weer. Het toont het dagelijkse aantal bezoekers, waar de bezoekers vandaan komen en hoe ze op de site terecht zijn gekomen.

Om het dashboard wat functioneler te maken, kun je zelf widgets toevoegen aan de dashboard. Zo wil je misschien zien wat de conversieratio van je webshop is. Klik in het dashboard op ‘Widget toevoegen’ en selecteer de betreffende widget.

Handig: je kunt ook meerdere dashboards aanmaken. Maak bijvoorbeeld een speciaal dashboard met alle gegevens over de conversie en een ander dashboard over de prestaties van je Adwords-campagne.

Tip 8: Stel doelen

Elke site heeft een doel, zoals producten verkopen aan zoveel mogelijk mensen of mensen verleiden zich in te schrijven voor een nieuwsbrief. Om te meten hoe vaak dit doel wordt bereikt, kun je in Analytics doelen instellen.

Ga naar het tabblad ‘Standaardrapporten’ en kies ‘Doel-URL’s’ onder ‘Conversies’. Door te klikken op ‘Aanpassen’ kun je opgeven waar je een bezoeker wilt hebben. Bij een webwinkel zal dat de pagina zijn met het bedankje voor de bestelling. Het kan ook de pagina zijn waarop wordt bedankt voor de inschrijving op een nieuwsbrief. Vul de url’s van deze pagina in en voortaan meet Analytics hoe vaak jouw doel wordt bereikt.

Tip 9: Sociale media in kaart

Hoeveel verkeer komt er binnen via sociale media als Twitter, Facebook en LinkedIn? Ook dat kun je meten met Analytics.

Voeg daarvoor een aangepast segment toe, zoals je dat ook in tip 4 hebt gedaan. Geef het segment ditmaal de naam Social Media en voeg meerdere bronnen toe (via de OF-instructie). Kies daarbij in elk geval voor Twitter, Facebook en LinkedIn. Eventueel kun je ook Hootsuite en Tweetdeck apart vermelden. Je kunt ook Wikipedia, StumbleUpon, YouTube of Flickr toevoegen. Sla dit segment op en je ziet hoeveel bezoekers via sociale netwerken binnenkomen.