Elektronisch leren staat al jaren op het punt door te breken. Nieuwe impulsen lijken de opening nu definitief te forceren. ICT'ers kunnen dan ook meer dan hun voordeel doen met dit moderne leerinstrument.

Advertentie

E-learning staat voor alle studeervormen waarbij een belangrijke functie is weggelegd voor IT. Andere benamingen zijn afstandsleren, e-leren, online leren, teleleren, computerbased of webbased training. Het accent ligt dus op de elektronische leeromgeving (ELO) via internet of het intranet van een bedrijf.

De voordelen van leren achter de computer liggen voor de hand: het is altijd en overal toegankelijk. Daarnaast is een e-learning-cursus prima af te stemmen op de individuele behoefte van de cursist. Wat hij al weet, hoeft hij niet meer te bestuderen. Hij concentreert zich alleen op dat deel van de leerstof dat hij nodig heeft.

Nog een voordeel is dat een elektronische cursus vrij eenvoudig up-to-date te houden is, zodat gedateeerde boeken of syllabi tot het verleden behoren. Een elektronische cursus is bovendien erg aantrekkelijk te maken, door gebruik te maken van nieuwe media, beeld en geluid.

Nog meer voordelen? Doorgaans is de kwaliteit consistenter en is een e-learningtraject ook nog eens goedkoper, waardoor de ROI (Return On Investment) hoger uitvalt.

Sociaal leren

Alleen maar pluspunten, wat wil je nog meer? Toch is e-learning als leerinstrument (nog steeds) niet volledig omarmd door het bedrijfsleven.

Ank Dierckx, die Business Unit Manager is bij het Nederlandse Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid, wijt die aarzeling aan de onzekere opbrengst. Het is op dit moment niet helemaal duidelijk wat je leert via sociale netwerken, wat via e-learning en wat via informeel leren. “Mensen in het bedrijfsleven zouden naar verluidt tachtig procent van hun kennis opdoen via informele kanalen: via elkaar, het internet of sociale netwerken. Daarnaast is het nog niet wetenschappelijk bewezen of je ook beter leert via e-learning.” 

Altijd en overal

Wilfred Rubens, die als e-learningadviseur werkt bij het Centre for Learning Sciences and Technologies (CELSTEC) van de Open Universiteit, vindt helemaal niet dat de doorbraak van e-learning op zich laat wachten. Met name de combinatie van online leren en face-to-face leren komt volgens hem al veel voor, net als het zelfstandig leren met ICT.

Wilfred Rubens: “In de VS zie je al een sterke toename in online cursussen. Bij ons is dat minder, maar dat komt vooral door de kortere afstanden. Er is gewoon minder nood aan volledige online cursussen. Toch wordt ook hier de roep om meer flexibiliteit groter. Mensen willen leren in een eigen tempo en in eigen behoeftes.”

Dierckx sluit zich daarbij aan: atijd en overal leren past veel beter bij de huidige maatschappij. Het is vooral keuzevrijheid die we willen: mensen willen leren op hun eigen manier. Een mooie vergelijking is de manier waarop we naar televisie kijken. Alles gaat snel, we lezen tijdens een programma tekst die onder in beeld loopt en zijn ondertussen met onze smartphone of tablet in de weer. “Dan verveel je je toch als je met twintig man in een zaaltje naar een docent zit te luisteren? De oude jas past niet meer, maar we hebben nog geen perfect nieuw model ontwikkeld.” Wel zijn er volgens haar veel nieuwe initiatieven. Dat maakt het aanbod misschien onoverzichtelijk, maar die omslag is wel nodig. Langzamerhand komen er ook nieuwe inzichten, zoals het nut van samenwerking of coöperatief leren.

Toekomst

Dierckx en Rubens twijfelen er in elk geval niet aan dat de interesse in e-learning in de toekomst nog zal toenemen. Twitter, Hyves, Facebook en LinkedIn, en de enorme verkoop van smartphones en tablets werken die interesse in de hand.

Dierckx: “Gebruikers staan er voor open. Opleidingsontwikkelaars kunnen daarop inspelen. Je hoeft niet meer achter je pc op je zolderkamer te gaan zitten. Leren kan gewoon overal.” Rubens vult aan: “Mede dankzij mobiele en draadloze technologie wordt e-learning alomtegenwoordig. We kunnen zo ook meer binnen een betekenisvolle context leren, zoals op de werkplek.”

Ook "performance support" krijgt volgens Rubens een nieuwe impuls. Dan gaat het bijvoorbeeld om snel een video checken over de werking van een bepaalde functie in een ICT-systeem. Daarnaast gebruiken we steeds vaker sociale media om van en aan elkaar te leren. Cloud computing, mobiele technologie en sociale media zorgen ervoor dat medewerkers hun eigen persoonlijke leeromgeving samen kunnen stellen, samen met de inhoud van hun leertrajecten.

Rubens, die ook actief is als redactielid van e-learning.nl en jurylid van de Nederlandse E-learning Award, ziet daarnaast leeromgevingen slimmer worden, waardoor zij suggesties doen op basis van eerder uitgevoerde leeractiviteiten. Interessant voor e-learning vindt hij ook ‘augmented reality’. De versmelting tussen de fysieke en virtuele wereld biedt kansen voor e-learning. Onder meer online games worden steeds meer voor leerdoeleinden ontwikkeld. Leerstof wordt in toenemende mate vrij beschikbaar, waardoor opleiders zich meer gaan richten op online begeleiding en online certificering, al dan niet met behulp van badges. “Binnen tien jaar is het gebruik van ICT voor leren zo ingeburgerd, dat we niet meer over e-learning zullen spreken.”

ICT

E-learning wacht dus een mooie toekomst. Rubens: “E-learning kan zeker interessant zijn om ICT’ers te scholen. Tien jaar geleden gaven de meerste ICT’ers aan het liefst "traditioneel" opgeleid willen worden, omdat ze al de hele dag achter de computer zitten, maar inmiddels is ICT zo verweven met ons leven, dat we het ook gebruiken om te leren.”

Rubens ziet dat ICT’ers e-learning graag inzetten op de werkplek, bijvoorbeeld door elkaar via fora en netwerken te ondersteunen. “Dat is ook een vorm van e-learning. Applicatiecursussen zijn binnen organisaties een van de populairste toepassingen van e-learning. Je kunt tal van Cisco-certificaten online verwerven. De Open Universiteit biedt bijvoorbeeld informaticaopleidingen aan waarbij een online omgeving in combinatie met readers worden gebruikt. Die readers verschijnen steeds vaker online, zodat ze via een tablet-pc bekeken kunnen worden. Stanford bood afgelopen jaar een online cursus artificiële intelligentie aan, waar zo"n honderdduizend deelnemers aan mee hebben gedaan, een zogenaamde massively open online course (MOOC).”

Open source

Joke van Cappelle is directeur van Future Learning, een bedrijf dat zich bezig houdt met e-learning-oplossingen met behulp van een Open Source Leeromgeving genaamd ILIAS. Volgens haar heeft open source de toekomst. “Zonder licentiekosten is het mogelijk om een combinatie van allerlei leervormen aan te bieden en kennis te delen”, zegt ze daarover.

Future Learning is de serviceprovider voor het openbron LMS-systeem ILIAS (www.ilias.de), maar ook partner van de ILIAS Open-Source vereniging. Daarnaast is het bedrijf leverancier/distributeur van standaard e-learningtrainingen, zoals Safety, Bedrijfshulpverlening of EHBO, en is het druk bezig om ook standaard ICT-trainingen aan te bieden over onder meer SQL Server, Oracle-database, C# en PM Tools. Afhankelijk van het doel van de digitale content, zet het bedrijf verschillende programma’s in om de digitale content te ontwikkelen. Ter illustratie noemt Van Cappelle simulatie e-learnings, animaties in 2D en 3D, video’s en serious games.

Ontwerper

Niet alleen kunnen ICT’ers e-learning inzetten als leerinstrument, ze kunnen ook hun eigen kennis inzetten voor de toenemende vraag aan e-learningmodules. Van Cappelle gaat daarmee akkoord. “Er worden al opleidingen ontwikkeld en verzorgd voor ontwerpers van e-learning-toepassingen. Daarin wordt vooral aandacht besteed aan het didactische concept, wat natuurlijk de basis hoort te zijn bij het ontwikkelen van een e-learning-oplossing. Eerst wordt er een script ontwikkeld en daarna een scenario of draaiboek. Daarna is het van belang dat de juiste applicaties worden gebruikt bij het type e-learning. Daar kun je heel goed ervaren pc-gebruikers bij gebruiken.

Advertentie