Google heeft het bedrijf Nik Software, bekend van onder meer foto-applicatie Snapseed, gekocht. Dat maakte Vic Gundotra, Googles Senior Vice President Engineering, bekend via zijn profiel op Google+. “Vandaag verheug ik mij om Nik Software te verwelkomen tot de Google-familie. We willen onze gebruikers helpen foto’s te maken waar ze van houden, en naar onze […]

Advertentie

Google heeft het bedrijf Nik Software, bekend van onder meer foto-applicatie Snapseed, gekocht. Dat maakte Vic Gundotra, Googles Senior Vice President Engineering, bekend via zijn profiel op Google+.

“Vandaag verheug ik mij om Nik Software te verwelkomen tot de Google-familie. We willen onze gebruikers helpen foto’s te maken waar ze van houden, en naar onze ervaring doet Nik dat beter dan wie dan ook,” aldus Gundotra in zijn blogpost.

Nik Software maakt plugins voor populaire fotobewerkingsprogramma’s zoals Adobe Photoshop, Adobe Lightroom en Apple Aperture. In 2011 heeft het bedrijf ook Snapseed uitgebracht, een eigen fotobewerkingsapplicatie voor iOS, Mac OS X, Windows en binnenkort ook Android 4.0.

Snapseed laat toe om foto’s te bewerken en te delen en wordt daarom gezien als een rivaal voor Instagram. De app wordt door meer dan 9 miljoen mensen gebruikt en werd in 2011 door Apple uitgeroepen tot iPad app van het jaar. Voor de iPhone ging die titel toen naar Instagram.

Het lijkt er dus op dat Google zich met deze overname wil verweren tegen Facebook, dat eerder deze maand zijn overname van Instagram heeft afgerond voor de prijs van 715 miljoen dollar.

In zijn bericht gaf Gundotra nog mee dat Google+ momenteel 400 miljoen leden telt, waarvan 100 miljoen maandelijks actief gebruik maken van het sociale netwerk. Facebook telt meer dan 900 miljoen actieve gebruikers per maand.

In een blogbericht zei Nik Software ook nog het volgende over de overname door Google: “Het is altijd onze ambitie geweest om onze passie voor fotografie met iedereen te delen. Met Googles steun hopen we miljoenen mensen te kunnen helpen met het maken van geweldige foto’s.”