Tijdens een bezoek aan Google’s hoofdkantoor in Californië spreekt ZDNet met Bradley Horowitz, vicepresident Social bij de informatiegigant. Horowitz is vanuit zijn functie onder meer verantwoordelijk voor Google Plus. Vooraleer hij in 2008 bij het bedrijf terechtkwam, werkte hij bij Yahoo als vicepresident Advanced Development. Google Plus bestaat intussen een klein jaar. Op vlak van […]


Hoe heeft technologie een impact op je business?
Ontvang elke week het zakelijk IT-nieuws rechtstreeks in je inbox!



Tijdens een bezoek aan Google’s hoofdkantoor in Californië spreekt ZDNet met Bradley Horowitz, vicepresident Social bij de informatiegigant.

Horowitz is vanuit zijn functie onder meer verantwoordelijk voor Google Plus. Vooraleer hij in 2008 bij het bedrijf terechtkwam, werkte hij bij Yahoo als vicepresident Advanced Development.

Google Plus bestaat intussen een klein jaar. Op vlak van functionaliteit kan het netwerk gerust concurreren met Facebook, maar het aantal gebruikers is met 250 miljoen (cijfers van eind juni 2012) nog niet in de buurt van het bedrijf van Mark Zuckerberg. Maar Horowitz benadrukt dat Google Plus veel meer te bieden heeft.

“We zien dit zeer breed. De meeste mensen zien Google Plus als een sociaal netwerk met profielen, foto’s, statusupdates enzovoorts. Maar het is tegelijkertijd de sociale ruggengraat van Google.”

Gebruikers kennen
Horowitz zegt dat het bedrijf in het verleden succesvol is geweest met verschillende producten. Maar ondanks de tonnen informatie wist het bedrijf weinig over zijn gebruikers. “Ze komen iets zoeken, wij geven ze het antwoord en sturen ze weer weg. Daar verdienen we ons geld mee.”

“Maar als we meer wisten over die gebruikers, dan zouden we ze beter kunnen bedienen. Google is op dat vlak een slechte vriend. Ik zeg hem op dinsdag dat ik hou van kitesurfen, maar vrijdag is hij dat alweer vergeten. Dat is anders met Plus omdat we daar leren of iets belangrijk is of niet.”

Zelf heeft Horowitz het over de heruitvinding van de relatie met Google. Twee jaar terug was je identiteit op YouTube apart van die op Gmail, Blogger enzovoorts. Vandaag is dat anders. Intussen heeft het bedrijf ook zijn gebruiksvoorwaarden veralgemeend zodat deze voor alle Googlediensten hetzelfde zijn.

Keuze voor privacy
Toch wil dat niet zeggen dat alles van je Google-account voor iedereen beschikbaar is. “Als je bijvoorbeeld je YouTubekanaal wil verbergen van je openbaar profiel, dan kan je dat.”

“Wat we leren van gesprekken met onze gebruikers is dat privacy belangrijk is. Gebruikers willen niet dat al hun activiteiten zomaar worden gepost. De kern van ons product is dat privacy belangrijk is. Daarom hebben we Circles (Kringen) en die staan voor een zekere context zoals vrienden, collega’s, sportmakkers…”

Dat gebruikers hun Plus-contacten in cirkels moeten steken vraagt een extra inspanning, net zoals het kiezen wat je voor wie openbaar maakt. Maar Horowitz vindt dat niet noodzakelijk slecht.

“Mensen worden er op gewezen dat ze iets delen en moeten opgeven met welke mensen ze dat doen. We zien Google Plus als een sociaal netwerk dat meer inzit met privacy.” Daarmee verwijst de vicepresident naar concurrent Facebook dat bijna met de regelmaat van de klok veranderingen doorvoert die de privacy van gebruikers zelden ten goede komt.

Tegelijk wijst hij op de veelzijdigheid. Google Plus is volgens Horowitz interactiever. Je hebt hele threads, je bent niet beperkt tot 140 tekens en hij prijst het succes van Hangouts, de groepsvideochat.

“We hebben high end conference rooms gedemocratiseerd voor iedereen met een laptop en een webcam. Uiteindelijk komen er andere dingen op dat Hangout-framework zoals gaming, of kan je een sessie met tien personen ook openbaar maken voor de rest van de wereld.”

Late speler
Een verwijt dat Google vaak krijgt is dat het laat was met zijn sociaal netwerk. Terwijl het moment van MySpace al lang voorbij was, terwijl zakelijk gebruikers hun weg naar LinkedIn hadden gevonden en terwijl Facebook op grote schaal potten brak in de sector moest Google nog beginnen met Plus.

Het bedrijf heeft in 2004 wel Orkut ontwikkeld, maar dat kan vooral in specifieke regio’s (in dit geval Brazillië en India) op succes rekenen. Een andere poging, Google Buzz, was dan weer een flater van formaat toen het bedrijf zo openbaar maakte met wie je regelmatig e-mailde. Goedbedoeld, maar geen weg naar succes.

Toch vindt Google dat het al jaren bezig is met het sociale. “Blogger en YouTube zijn ook sociale producten” zegt Horowitz. “We zijn laat omwille van de manier waarop Google is gegroeid. We hebben overnames gedaan maar hebben die bedrijven een enorme autonomie gegeven.”
“We zijn dus wel al langer actief, bijvoorbeeld met Google Talk, en het is niet dat we geen sociale producten hadden. Maar we hadden geen overkoepelend framework.”

Geen race
Van de 250 miljoen gebruikers van Google+  zijn er 150 miljoen actief geweest in de laatste dertig dagen. De helft van alle gebruikers zou zelfs dagelijks op het netwerk inloggen volgens Google, met een gemiddelde activiteit van 60 minuten per dag. Volgens Horowitz is Google dan ook blij met de gang van zaken.

“Het is een langetermijnvisie die jaren kan duren. Maar het loont de moeite om daar zoveel tijd in te steken. Alles (alle Google-diensten, nvdr) moet beter worden door Google Plus, we zitten niet in een race om gebruikers.”

Niemand houdt van lijstjes
Horowitz beseft dat gebruikers in lijstjes steken inspanning vraagt, vooral omdat het handmatig moet gebeuren. Dat kan volgens hem nog beter aan het sociale netwerk.

“We moeten gebruikers beter helpen met hun social graph. Het kan beter, dit moet geautomatiseerder en daar werken we actief aan. Maar we willen ook dat mensen hier bewust mee omgaan, dit is deel van het ontwerp en we willen hier niet overmatig algoritmisch zijn.”

Daarmee wil Horowitz zeggen dat het zelf lijsten zou kunnen opstellen, maar dat gebruikers voor hun eigen bestwil moeten beseffen wat ze met wie delen.

Terloops geeft Horowitz nog mee dat er ongeveer een 50/50 verhouding is tussen wat mensen publiek delen en wat ze met beperkte kringen delen op het netwerk.

Blij met eigen privacyhistoriek
Ook Google is de afgelopen jaren wel eens op protest van privacyliefhebbenden gebotst. Dat was al zo toen het met Gmail advertenties toonden gebaseerd op je e-mailinhoud, maar evenzeer toen het automatisch Buzz lanceerde of zijn eengemaakt beleid voor Googlediensten lanceerde.

Maar Horowitz nuanceert dat graag. “We zijn niet foutloos, maar ik denk dat we een goede track record hebben op vlak van privacy. Mensen hebben vertrouwen in Google en we moeten verzekeren  dat we dat houden door bijvoorbeeld geen fouten te maken.”

“Het gaat niet enkel om het vermijden van boetes, maar ook om het vertrouwen van gebruikers.” Horowitz verwijst onder meer naar een recent Amerikaans onderzoek waarbij Google Plus een vertrouwensscore van 78 punten haalde, Facebook scoorde met 61 een pak lager. Beide scores zijn volgens Horowitz te wijten aan de manier waarop ze omgaan met privacy.

Eén beleid voor de hele wereld
Een bedrijf met de omvang van Google hanteert tegelijk een privacybeleid dat overal aan de lokale regels moet voldoen. Zowel die van de Amerikaanse autoriteiten als van de Chinese, Europese en in andere landen.

“Ik geloof dat de meeste van deze reguleringen goedbedoeld zijn. Iets waarbij gebruikers alles weten en alle controle hebben. Dat vraagt inderdaad veel werk, vaak moeten we diensten aanpassen en soms moeten we het grote publiek en de wetgevers informeren over wat we doen.”

Maar Horowitz heeft er wel vertrouwen in. “Google maakt producten voor mensen op een grote schaal. Ik denk dat we allemaal samen meer gemeenschappelijk hebben dat wat ons scheidt. Dus het is een controleerbaar probleem. Ook al besteden we veel tijd aan het uitleggen en verzekeren dat onze producten aan de reguleringen voldoen.”

Als voorbeeld verwijst Horowitz naar Google Hangouts on air. “Dat konden we wereldwijd lanceren, maar omwille van lokale wetgeving, intellectuele eigendomswetten en copyrightwetgevingen hebben we dat geleidelijk gedaan. Eerst in dertig landen, later breidt dat uit.”

“Soms vertraagt het ons wel en het is veel werk. Maar het is wel iets wat we goed willen doen.”