Onderzoekers van de Carnegie Mellon University in Pittsburgh hebben een wel heel slimme koplamp ontwikkeld. Het prototype kan regendruppels en sneeuwvlokken herkennen en zorgen dat ze niet verlicht worden door het licht van de koplampen. Hierdoor wordt de zichtbaarheid tijdens slecht weer dramatisch verbeterd. Het systeem maakt gebruik van een digitale projector om regendruppels die […]


Hoe heeft technologie een impact op je business?
Ontvang elke week het zakelijk IT-nieuws rechtstreeks in je inbox!



Onderzoekers van de Carnegie Mellon University in Pittsburgh hebben een wel heel slimme koplamp ontwikkeld. Het prototype kan regendruppels en sneeuwvlokken herkennen en zorgen dat ze niet verlicht worden door het licht van de koplampen. Hierdoor wordt de zichtbaarheid tijdens slecht weer dramatisch verbeterd.

Het systeem maakt gebruik van een digitale projector om regendruppels die van boven de auto naar beneden vallen enkele milliseconden te verlichten. Aan de zijkant van de projector zit een camera bevestigd die de locatie van iedere regendruppel vastlegt.

Slimme koplamp schijnt tussen regendruppels door

Een slim softwareprogramma voorspelt vervolgens waar de regendruppels zullen vallen zodra ze in het gezichtsveld van de bestuurder komen. Lichtstralen van de koplamp die deze druppel normaliter zouden verlichten worden automatisch uitgezet.

Hierdoor wordt de schittering van licht op de druppels verminderd en schijnen de ononderbroken lichtstralen simpelweg tussen de vallende druppels door.

Vier meter voor de auto
Het bereik van het systeem is drie tot vier meter van de projector vandaan. Volgens onderzoek met een Toyota Prius hét kritieke gebied waarbinnen lichtschittering de bestuurder het meeste afleidt.

Het onderzoek is onder meer door professor Srinivasa Narasimhan van Carnegie Mellon ontwikkeld. Narasimhan presenteerde zijn bevindingen in een speech tijdens Microsoft Research en op Research@Intel2012.

De onderzoekers simuleerden diverse autosnelheden en verschillende regenbui-intensiteiten in het lab door de snelheid de druppels uit een regenmachine te variëren. Het systeem was in staat om bij een lichte bui en lage snelheden de regendruppels onzichtbaar te maken.

Bij hogere snelheden en meer regen werden niet alle druppels afgevangen, maar werd de zichtbaarheid nog steeds merkbaar verbeterd.

In een zware onweersbui is het systeem 70 procent accuraat bij snelheden tot 30 kilometer per uur en 15 tot 20 procent bij 100 kilometer per uur. Omdat water tijdens een zware bui slechts 2 tot 3 procent van het totale luchtvolume inneemt, nam de helderheid van de koplampen slechts een paar procent af.

Met een betere camera zou het systeem nog betrouwbaarder kunnen worden, maar daarmee zou het systeem wel groter en duurder worden. Het is echter zaak om het systeem zo snel te maken dat er nog veel meer schittering wordt weggenomen bij snelwegsnelheden. Want volgens Narasimham is dat de plek waar een ongeluk vaak de meest nare gevolgen heeft.

Narasimhan gelooft dat de experimenten aantonen dat het idee toekomst heeft, maar dat het wel noodzakelijk is om ook de bewegingen van de auto mee te nemen in de berekeningen voordat het systeem in de praktijk kan worden toegepast.