VMware is en blijft voorlopig marktleider op het gebied van server virtualisatie en private cloud oplossingen. De maturiteit en stabiliteit van hun vSphere platform is ongeëvenaard en zal dat voorlopig nog wel even blijven. "It just works". Met de recente lancering van hun eerste update (in Windows termen het equivalent van een Service Pack) voor […]

Advertentie

VMware is en blijft voorlopig marktleider op het gebied van server virtualisatie en private cloud oplossingen. De maturiteit en stabiliteit van hun vSphere platform is ongeëvenaard en zal dat voorlopig nog wel even blijven. "It just works".
Met de recente lancering van hun eerste update (in Windows termen het equivalent van een Service Pack) voor de vSphere 5 suite staat voor veel bedrijven het licht op groen om hun huidige vSphere 4 omgeving up te graden. Maar hoe eenvoudig is die taak?

Concreet is een upgrade van vSphere 4 naar vSphere 5 zeer simpel in uitvoering. Ook qua management wijzigt er verbazend weinig waardoor de update drempel op technisch en humaan vlak (lees: bijscholing) zeer laag ligt.

Tóch is er op één vlak een potentieel probleem: de prijs. Deze kan namelijk verrassend anders uitdraaien. Reden hiervoor is de totaal herziene licentiepolitiek door VMware voor hun vSphere 5 platform.

Niet alle wijzigingen zijn even goed onthaald in de community en er moet geval per geval onderzocht worden of de kost hoger of lager zal liggen. Simpel is het dus niet, het verdient in ieder geval enkele woorden uitleg.

VMware licenties

Sinds vSphere 4 bestaan alle VMware licenties in de vorm van serial keys, vijfentwintig karakters die uniek zijn en waaraan een product kan zien van welk type het is, voor welk product het geldig is en wat de levensduur van de licentie is.

Binnen de vSphere suite zijn er twee belangrijke producten met elk een andere key: de hypervisor ESX of ESXi en de management software bovenop Windows, namelijk vCenter Server. Vanaf vCenter 5 bestaat deze laatste ook in een voorgeïnstalleerde Linux virtuele machine, maar de licenties blijven dezelfde.

vSphere 4

Voor vCenter is er in essentie geen verschil tussen versie 4 en 5 wat licenties betreft: er is een vCenter Foundation editie met een limiet van maximaal 3 hosts. Daarnaast is er vCenter Standard die geen harde limieten kent.

De kern van de zaak zit hem vooral in de basis hypervisor die op al uw fysieke hosts moet geïnstalleerd worden: ESX(i).
Licenties worden verkocht per processorsocket, dus niet per logische core maar per fysieke processor.

Bij vSphere 4 is er daarnaast per licentie een limiet van 6 logische cores per processor voor de goedkopere vSphere suites en 12 cores / processor voor de twee duurste suites. Eventuele hyperthreaded cores (zie Intel) worden niet meegerekend. Ook is er een limiet van 256GB fysiek RAM-geheugen per host bij de goedkopere licenties, de allerduurste licentie heeft die limiet niet.

Boven gestelde core- & geheugen-limieten zijn een probleem voor VMware: de laatste jaren is er een heuse wedstrijd aan de gang tussen chipmakers Intel en AMD om zoveel mogelijk cores in één processor te krijgen.

De huidige instapprocessoren van Intel hebben minstens 6 logische cores en soms zelfs 10 cores. Als we de beroemde hyperthreading technologie van Intel aanzetten zien we per processor dan maar liefst 20 logische cores.

AMD processoren, die typisch iets goedkoper zijn dan de Intel versies, starten ook met minstens 6 cores, maar lopen al snel op tot 10 en zelfs 12 logische cores per processor.

Deze trend trekt zich nu ook op gang op het gebied van geheugenlatten. Dankzij recente prijsdalingen worden op dit moment meestal 8 GB-latten verkocht, al bestaan er ook exemplaren van 16 GB en 32 GB.

Als je weet dat er per fysieke server-processor 6 tot 8 latjes kunnen ingeplugd worden, dan lijkt de limiet van 256 GB plots zo hoog niet meer. Als beide trends qua processoren en geheugen zich in de nabije toekomst verder zetten dan moet VMware ofwel telkens hun limieten aanpassen (dit is reeds meerdere malen gebeurd) óf een volledige nieuwe manier uitdokteren.

Licentiepakketten

Voor we verder gaan: er zijn voor KMO’s slechts een 3-tal licentie-niveaus die van belang zijn en die zowel bij vSphere 4 als 5 aanwezig zijn, uiteraard met andere limieten:

  • De goedkoopste licentie is de gratis hypervisor versie: ESXi Free. Hiermee kun je één virtualisatie host per keer beheren, er is echter geen overzicht indien u dus meerdere hosts hebt. Er is ook een licentie voor nodig, maar deze is gratis te genereren op de VMware website en heeft geen verloopdatum.
  • De meest eenvoudige licentie is de vSphere Standard. Samen met een vCenter licentie (zie eerder) kun je hiermee een High-Available omgeving mét Data Recovery en vMotion opzetten.
    Echter: aangezien licenties hier per fysieke processor verkocht worden kan dit snel oplopen: veel servers hebben minstens 2 sockets en als er dan 3 servers zijn dienen er dus 6 licenties van om en bij de 800 euro aangekocht te worden.
  • Speciaal voor de kleinere bedrijven: de Essentials Kit, dit is een licentie waarvoor u één maal betaald en vervolgens krijgt u een speciale vCenter licentie én 6 vSphere Standard licenties. Voldoende dus om 3 servers met maximaal 2 sockets per server te beheren voor slechts om en bij de 400 euro in totaal.

vSphere 5

Waar moeten we nu op letten bij licenties voor vSphere 5?

Uiteraard werken we hier nog steeds met licenties per fysieke processor. Het belangrijkste voordeel waar VMware mee uitpakt is echter dat er geen fysieke hardwarelimieten meer zijn.

Voor elke licentievorm waarvoor u betaalt is er geen limiet meer naar aantal logische cores of fysiek geheugen toe. De nieuwe limiet heet nu de vRAM Entitlement.

Concreet is dit een limiet op het geheugen dat alle virtuele machines tegelijk kunnen gebruiken (consumed memory). Deze limiet bevindt zich echter op het niveau van de pool. Dus alle hosts die zich in uw vCenter omgeving bevinden, en niet per host apart.

Een voorbeeld: de meest gebruikte licentie is de vSphere Standard licentie. Per licentie is er een vRAM Entitlement limiet van 32GB. Voor een omgeving met 3 hosts met elk 2 processors zijn er dus 6 licenties nodig en hebben we een totale vRAM limiet van 192 GB. Dit is trouwens ook meteen de totaal limiet van de Essentials Kit.

Let op: dit is niet een limiet op het fysieke geheugen per host. Er kan bijgevolg gerust meer geheugen per host aanwezig zijn dan de hier besproken 32 GB/processor. U zult ze echter niet kunnen gebruiken tenzij u duurdere of meer licenties neemt. Er is dus geen limiet meer op het aanwezige fysieke geheugen, maar dankzij de softwarematige geheugenlimiet is de kans reëel dat u het niet allemaal kan gebruiken. Opnieuw wordt het sizen van uw hardware en de applicaties zeer belangrijk.

Gratis hypervisor?

Tot slot enkele woorden over de gratis ESXi licentie, wat toch een buitenbeentje blijkt te zijn. Hier wordt de volledige licentie per host gerekend en niet per processor, bovendien is er geen verloopdatum op de licentie.

Deze licentie heeft niet enkel vRAM Entitlement limieten, maar tóch nog steeds een fysieke geheugenlimiet. Beide zitten op dit moment vast ingesteld op 32 GB, wat relatief laag is. Bij nieuwe servers is dit nu reeds een groot probleem (bijv. 2 processoren met elk 4 maal 8 GB geheugenlatjes bezitten dus al 64 GB).
Het doel van deze gratis hypervisor was om KMO’s warm te maken voor virtualisatie. Als de hypervisor weigert te functioneren wordt dit echter heel moeilijk.

Het ironische is dat door een softwarebug in de eerste ESXi 5 release deze RAMcontrole niet werd uitgevoerd. Noch de vRam, noch het fysieke geheugen hadden enige limiet. U kan of beter gezegd kon, dus perfect ESXi 5 Free installeren op uw zware server met 64GB RAM en dit ook volledig benutten.

Maar mensen die nu updaten naar de nieuwe ESXi 5 versie worden plots geconfronteerd met onderstaande boodschap en hebben bijgevolg een volledige niet-functioneel platform.

 
Het is de hoop van veel KMO"s dat VMware toch nog enkele wijzigingen doorvoert aan hun licentiepolitiek. Zéker bij de gratis ESXi hypervisor.

Ook bij vRAM Entitlements schort er nog het een en ander, de schaalbaarheid van uw datacenter wordt in de nabije toekomst danig op de proef gesteld. Een licentie die bijv. gebaseerd is op een maximum aantal virtuele machines of functionaliteit zonder limieten lijkt ons logischer.

De eerlijkheid gebied ons daarnaast te zeggen dat Microsoft later dit jaar agressief komt aanzetten met hun hypervisor. De toegevoegde functionaliteit overtreft op sommige vlakken zelfs die van VMware.

Ook de prijzen van hun virtualisatie managementsoftware zijn zwaar herzien en zelfs aan hét grootste stokpaardje van Hyper-V wordt gewerkt: de ondersteunde besturingssystemen (o.a. Linux en FreeBSD support is nu aanwezig).

Maar dat is voer voor een andere keer.

Tijl Deneut specialiseerde zich in data center technologie met een focus op Storage Area Networks (SAN), netwerken en server virtualisatie. Hij geeft o.a. cursussen i.s.m. VOKA omtrent virtualisatie-optimalisatie aan een breed KMO publiek. In 2008 studeerde hij af als Master Informatie & Communicatietechnieken aan HOWEST.