Om de zaken wat in perspectief te plaatsen hebben we een zestal solidstatedrives vergeleken. Deze zijn van allerlei soorten: MLC en SLC, voor consument en grootbedrijf (consumer en enterprise), vorige en huidige generatie, meer en minder opslagruimte. Er is zelfs één buitenbeentje bij: de FusionIO ioDrive Mono. Deze enterprise-oplossing wordt ingeplugd in een vrije PCI-Express-sleuf […]

Advertentie

Om de zaken wat in perspectief te plaatsen hebben we een zestal solidstatedrives vergeleken. Deze zijn van allerlei soorten: MLC en SLC, voor consument en grootbedrijf (consumer en enterprise), vorige en huidige generatie, meer en minder opslagruimte.

De zes deelnemers in de grote SSD-test

Er is zelfs één buitenbeentje bij: de FusionIO ioDrive Mono. Deze enterprise-oplossing wordt ingeplugd in een vrije PCI-Express-sleuf en levert meteen razendsnelle prestaties af. We nemen de meest betaalbare oplossing (ioDrive Mono 320GB) en bekijken hoe die zich laat vergelijken met de rest.

Intel
Intel heeft reeds een reputatie op het gebied van SSD"s, de introductie van de reeksen X25-E (enterprise) en X25-M (consumer) sloeg in als een bom en bewees meteen dat harde schijven zich zorgen mochten beginnen maken. De prestaties waren ongezien en het duurde lang voordat concurrenten deze konden evenaren. Met theoretische leeswaarden van 250 MB per seconde werd snel duidelijk dat de 3 Gbps SATA-interface gauw een probleem kon vormen.

Het eerste schot in de roos voor SSD's: de X25-E serie van Intel (boven = 32GB, onder = 64GB)

Het eerste schot in de roos voor SSD"s: de X25-E-serie van Intel (boven = 32 GB, onder = 64 GB)

De Intel 510-serie is de recentste consumenten-SSD van Intel. We vergeleken de 120 GB grote Intel 510 met de nieuwste enterprise-SSD, namelijk de Intel 710 HET (200 GB). Alhoewel  beide SSD"s van het type MLC zijn, kan de Intel 710 toch een langere levensduur voorleggen dankzij zijn High-Endurance-Technology.

Door geoptimaliseerde algoritmes en meer reserveblokken garandeert Intel een veel langere levensduur. Ter info: de Intel 510 heeft een levensduur van vijf jaar, de Intel 710 brengt dat op meer dan 25 jaar indien je gemiddeld 20 GB per dag wegschrijft of overschrijft.

Intel kan dit garanderen door veel meer reserveblokken te leveren: de Intel 710 SSD van 200 GB heeft in totaal voor 320 GB aan blokken op de printplaat zitten. Terwijl de Intel 510 SSD van 120 GB slechts 128 GB echte ruimte bevat.

De consumer Intel510 SSD boven en de enterprise Intel 710 SSD onder

Boven zien we de consumer Intel 510 SSD, Intel heeft hier de controller door Marvell laten produceren.
Voor de enterprise Intel 710 SSD (onder) fabriceerde Intel de controller wel nog zelf.

Micron
Micron is al langer ontwikkelaar van geheugenchips en heeft dus een groot voordeel bij het produceren van SSD"s: ze zijn in staat om in te grijpen op het laagste niveau. Zijn huidige consumermodel wordt door Crucial aan de man gebracht onder de veelzeggende naam m4 en is al een schot in de roos.

Voor de enterprise-SSD hebben we de Micron RealSSD P300. De levensduur is volgens de specificaties een niet mis te verstane 475 jaar bij het dagelijks wegschrijven van 20 GB.

Micron RealSSD P300
De Micron RealSSD P300 bevat slechts 16 in-house ontwikkelde chips, maar maakt ook gebruik van de bij de Intel 510 Series gekende Marvell-controller (88SS9174-BKK2).

Western Digital SiliconEdge Blue 64GB
Om ook een goedkope consumer-SSD in de mix te smijten gebruikten we de Western Digital Blue SSC-D0064SC-2100 van 64 GB. Met een prijs van om en nabij 250 euro is het de meest betaalbare van het rijtje. Met een geschatte levensduur van drie jaar (bij 17 GB/dag) is hij echter niet geschikt voor hoge serverloads. Deze specifieke SSD is echter niet meer te koop en intussen zijn al veel goedkopere, maar daarom niet noodzakelijk snellere consumer-SSD"s te vinden.

Western Digital Blue SSD

Bij de Western Digital Blue SSD is onbekend wie de echte controller maakt, hij is gemerkt met het WD-logo.

Als extraatje hebben we voor de meest veeleisende gebruikers ook een alternatief op SSD"s meegenomen in de vergelijking: de ioDrive van FusionIO.

De ioDrive is een PCI-Express-insteekkaart met de controller en geheugenchips rechtstreeks op de printplaat. Veel minder beperkt door stroomverbruik, printplaat-oppervlakte of interfacesnelheid belooft deze kaart razendsnelle overdrachtssnelheden.

Terwijl de snelste SATA-interface (SATA 6 Gbps) ‘beperkt’ is tot theoretisch 750 MBps, kan de PCI-E x4-interface van deze kaart in theorie 1.000 MBps doorvoeren. Wij werken met de eerste versie, namelijk de ioDrive Mono 320 GB, maar de nieuwste kaarten (ioDrive2) hebben een PCI-E 2.0 x8-interface en halen leessnelheden tot 3 GBps.

Met 510 MBps geafficheerde schrijfsnelheid is onze kaart echter ook de moeite waard, en we zijn benieuwd of hij zijn prijskaartje van rond de 4.000 euro kan rechtvaardigen.

Voor de ioDrive zijn er enkel drivers voor 64-bit-besturingssystemen (Windows, Linux, Solaris, VMware). Via een tool (IO Manager) kun je een lowlevelformat doen, zodat alle blokken weer leeg en bruikbaar zijn. Dit zorgt ervoor dat de snelheid opnieuw goed is. Bij de ioDrive kun je echter zelf de reserveblokken instellen bij het formatteren en dus de snelheid, capaciteit en levensduur mee bepalen.

Dells formatteerinstellingen

De capaciteit kan zo variëren van 160 GB (Max Write) tot zelfs 356 GB (Max Capacity). Wij verkozen de Factory Default voor onze testen.

FusionIO ioDrive MLC Mono 320GB
De FusionIO ioDrive MLC Mono 320GB bevat effectief 384 GB aan brutocapaciteit en heeft dus slechts een kleine 17% reserveblokken.