De cloud mag voor veel bedrijven de ideale manier zijn om snel te schakelen, andere bedrijven zullen nog steeds behoefte hebben aan een eigen datacenter. Snel schakelen wordt dan wel bijzonder moeilijk: een datacenter bouwen, inclusief planning, kost al snel drie jaar. Maar het kan ook anders. Wat dacht u van een datacenter dat kant-en-klaar […]

Advertentie

De cloud mag voor veel bedrijven de ideale manier zijn om snel te schakelen, andere bedrijven zullen nog steeds behoefte hebben aan een eigen datacenter.

Snel schakelen wordt dan wel bijzonder moeilijk: een datacenter bouwen, inclusief planning, kost al snel drie jaar. Maar het kan ook anders. Wat dacht u van een datacenter dat kant-en-klaar geleverd wordt in een tiental weken?

Het kan: een datacenter dat bijvoorbeeld in een container naast je bestaande datacenter wordt gezet, slechts twee à drie maanden nadat je aan uitbreiding hebt gedacht. HP heeft hiervoor de POD uitgedacht, wat staat voor Performance Optimized Datacenter.

Afgeleverd voor de deur
Kort samengevat is het een datacenter dat volledig door HP wordt samengesteld en klaargemaakt voor de klant; nadien wordt het kant-en-klaar tot bij de klant vervoerd. Geen eenvoudige klus, dat kun je je inbeelden. Of heb je al vaak datacentertransport gezien?

Dit datacenter is voorzien van de nieuwste en dus kleinst mogelijke apparatuur, in volume slechts een fractie van sommige stenen broertjes met gelijkwaardige capaciteit. Maar toch spreken we voor het grootste model, de zogeheten Ecopod, al van een container met serieuze afmetingen: 6,5 meter hoog en breed en bijna 14 meter lang. En met een gewicht van ruim 115.000 kilo mag je hopen dat het niet op je tenen valt.

Besparing en verbruik
Maar je krijgt er dan ook wel wat rekencapaciteit bij geleverd: deze pod biedt ruimte voor 44 racks van 50 units, samen goed voor 2.200 units. De Ecopod dankt zijn naam aan zijn grote besparingen, met name op het vlak van elektriciteitsverbruik en koeling, economisch en ecologisch verantwoord dus.

HP claimt een PUE (Power Usage Effectiveness, of verhouding van het totale stroomverbruik tot het effectief voor het rekenwerk aangewende verbruik) van gemiddeld 1,25. Bij een traditioneel datacenter schommelt dit eerder rond de 2. HP beweert hiermee een besparing op de energie voor de faciliteiten zelf van zowat 95%.

Zulke ‘datacenters om mee te nemen’ worden in een aantal speciale fabrieken ontworpen voor klanten over heel de wereld. Het grootste model werd nog niet verkocht, maar van de "kleine" broertjes (ruim zeven meter breed en bijna dertien meter lang) zijn er al een veertigtal verkocht sinds de introductie in juni vorig jaar. En HP verwacht nog een forse groei, met name in groeilanden zoals India, Brazilië en Rusland.

De locatie van de Europese podfabriek – in Tsjechië, ten oosten van Praag – is in dat opzicht niet toevallig eerder naar het oosten dan naar het westen gericht. HP is niet de enige die dit concept heeft omarmd. Ook IBM verkoopt al enkele jaren ‘draagbare’ modulaire datacenters in containerformaat. En Sun was, zoals met veel concepten, de eerste om dit aan te bieden.

Maar sinds Oracle de touwtjes in handen heeft is het ver zoeken naar dit aanbod. “Staat het eigenlijk nog wel op Oracles prijslijst?” vraagt Bertjan De Herder, businessdevelopmentmanager voor POD EMEA bij HP, zich eerder retorisch af. Maar er zijn reeds kapers op de kust.

Dell heeft al ruim een jaar een eigen modulair datacenter klaar, dat het naar eigen zeggen ongeveer binnen de maand bij je thuis komt leveren. Het is nog geen Pizza Express natuurlijk, maar in vergelijking met de aanlooptijd voor een traditioneel datacenter, achttien maanden à drie jaar, klinkt het woord "bliksemsnel" al minder lachwekkend.