Het dataverkeer neemt de komende jaren spectaculair toe. Dat is allesbehalve nieuw. Maar die data nemen vandaag wel andere wegen en andere (of beter gezegd meer) toestellen om tot bij jou te komen. Welkom in de cloud, excuseer, welkom aan de consumenten in de cloud. Laten we beginnen met een oud verhaal. Ook in 2011 […]

Advertentie

Het dataverkeer neemt de komende jaren spectaculair toe. Dat is allesbehalve nieuw. Maar die data nemen vandaag wel andere wegen en andere (of beter gezegd meer) toestellen om tot bij jou te komen. Welkom in de cloud, excuseer, welkom aan de consumenten in de cloud.

Laten we beginnen met een oud verhaal. Ook in 2011 neemt het aantal domeinnamen toe, wordt het volume verzonden en ontvangen data groter en zullen we, tot spijt van velen, meer e-mails ontvangen. Die e-mails worden aangevuld met direct messages, en foto’s worden niet doorgestuurd, maar geüpload naar gespecialiseerde sites.

Dat dit datavolume vele malen groter is dan het jaar ervoor heeft verschillende verklaringen. Door een betere infrastructuur en snellere internetabonnementen kunnen we meer data verzenden. Een ander verhaal is wat er naar ons wordt gestuurd. Wie als communicatieprofessional een filmpje op YouTube zet, doet dat niet met een oude videocamera en hakkelige kwaliteit, maar in high definition.

Het hoeft zich niet eens te beperken tot professionelen. Goede eenvoudige fototoestellen en een groeiend aantal smartphones beschikken over HD-filmkwaliteit, en ondanks de beperkte uploadsnelheid nemen de meeste gebruikers graag de tijd om meer videodata te uploaden.

Sociale media en dataverkeer
YouTube is het mooiste voorbeeld om de groei van dataverkeer te illustreren. Het is al onmogelijk om alle filmpjes op YouTube te kijken. Elke minuut wordt er 48 uur aan videobeelden geüpload. Beelden die, afhankelijk van hun populariteit, tientallen tot miljoenen keren worden bekeken. Thuis en op het werk, maar even goed op een gsm terwijl je wacht op de trein.

Sociale media zorgen voor meer dataverkeer. Als de duizenden uren aan YouTube-video’s je niet onder de indruk brengen, dan mag je denken aan de zes miljard foto’s die elke maand geüpload worden naar Facebook. Een functie die enkele jaren geleden werd ontwikkeld door twee stagiairs bij de sociaalnetwerksite zorgt vandaag voor een wekelijkse dataverhuizing.

De site voegde het afgelopen jaar trouwens de mogelijkheid toe om foto’s in hoge resolutie te uploaden, waarbij gebruikers die grotere versies ook kunnen downloaden. Dat lijkt op het eerste gezicht geen grote aanpassing, maar het zorgt op termijn wel voor enorme dataverschuivingen. Dergelijke netwerken worden niet noodzakelijk gestuwd door grote brokken data. Wel door miljoenen gebruikers die elke week een hoop megabytes online zetten.

Maar in professionele kringen spreken we allang niet meer over ‘online’ als het om losse bestanden gaat. Onze data zitten in de cloud. Die cloud kennen we op de zakelijke markt al een tijdje. Cloudcomputing, het verwerken en berekenen van data op een server, en cloudstorage zijn twee van die begrippen. Maar sinds dit jaar zit er een nieuwe doelgroep in die cloud: de consument.

Is die cloud voor consumenten nieuw? Niet helemaal. Je kunt al jaren bestanden bewaren en synchroniseren via gratis toepassingen als Dropbox. En Microsoft biedt elke gebruiker van Windows Live met zijn SkyDrive zelfs 25 gigabyte opslag aan.

Maar tot voor kort was het woord cloud, en de gewoonte om dingen online te bewaren in plaats van op je pc (met een USB-stick als reserve), vooral iets wat bij zakelijke of meer technische gebruikers leefde. Kort door de bocht samengevat: nu Apple zijn iCloud heeft gelanceerd, zal de consument eindelijk begrijpen welke voordelen die onlinewolk hem of haar te bieden heeft.

Dat brengt nogmaals een veelvoud aan dataverkeer met zich mee. Onze gegevens moeten altijd en overal opvraagbaar zijn. Meer nog, de data moeten liefst al gesynchroniseerd zijn nog voor we ze opvragen. Een voorbeeld hiervan is Windows Phone 7, dat automatisch de foto’s uit je Facebook-albums downloadt.

Geen broodnodige zakelijke toepassing, maar wel een mooi voorbeeld van hoe we met zijn allen meer verkeer genereren, zowel vast als mobiel. Google Android doet overigens precies hetzelfde met Picasa-fotoalbums.

Voldoende capaciteit?
Met al dat dataverkeer moet de infrastructuur natuurlijk volgen. Maar daar kan het schoentje wel eens wringen. In een rapport van Analisys Mason (mei 2011) waarschuwt hoofdanalist Terry Mason dat mobiel dataverkeer niet tot in het oneindige zal blijven vermenigvuldigen.

Enerzijds omdat opkomende economieën niet zo snel overstappen op smartphones en tablets. En anderzijds omdat de kosten om het mobiel netwerk te laten meegaan met de gevraagde capaciteit te hoog zou liggen. Gelukkig wordt een deel van die capaciteit al opgevangen door wifi, thuis of op kantoor.

Die toekomstige infrastructuur heeft, alvast op mobiel vlak, wel een naam: LTE, dat staat voor Long Term Evolution. Deze netwerktechnologie belooft snelheden die vergelijkbaar zijn met die van de beste vaste breedbandverbindingen van vandaag.

En wat doe je met zoveel capaciteit? Meer data verbruiken. Enkele jaren terug bleef dat bij een kleine foto, of beter gezegd een hoopje ingekleurde pixels, per mms. Vandaag nemen en versturen we foto’s met onze smartphone. En binnen een paar jaar zal dat zich ongetwijfeld uitbreiden naar het voeren van mobiele videogesprekken in high definition.

België
In eigen land zien de operatoren dat vooral smartphones het mobiel dataverkeer drijven. Bij Proximus merkte men begin dit jaar een kwart meer dataverkeer ten opzichte van het jaar voordien. Opvallend is dat het verkeer van tablets volgens de operator nog niet echt merkbaar is in de statistieken; naast desktopcomputers en laptops zijn het vooral de smartphones die vandaag het verschil maken.

Ook bij Mobistar valt op dat mobiel internet niet langer een zakelijk product is. Eind 2010 gebruikte 27 procent van de klanten mobiel internet, die daar gemiddeld vijf euro per maand aan uitgaven.

Mobiel dataverkeer is overigens niet enkel voor smartphones en tablets. Met een 3G-stick kan je al enkele jaren met je laptop (of desktopcomputer) surfen via het mobiele datanetwerk. Zo’n stick ziet er exact hetzelfde uit als een USB-stick, maar bevat een simkaart die je verbinding regelt.

Al blijft het bij dit soort toestellen wel oppassen. Smartphones en tablets ‘denken’ in zekere zin nog mobiel door zo weinig mogelijk dataverkeer te genereren, of je de keuze te geven om zware updates alleen via wifi te downloaden. Maar een laptop maakt daar geen onderscheid in.

Wie buiten met zo’n stick een paar uur wil surfen, en intussen op de achtergrond een grote download binnenhaalt, zal snel een gepeperde rekening krijgen.

Mobiel internet
Op LTE is het voorlopig nog wachten. In 2010 lieten verschillende mobiele operatoren weten dat ze volop testen uitvoerden met de nieuwe technologie. Maar anno 2011 is daar in de praktijk bitter weinig verandering in gekomen.

De licenties voor het 4G-spectrum worden pas in november 2011 geveild, waardoor het nog tot eind 2012 kan duren voor er een bruikbaar netwerk in de lucht hangt. Enkel Belgacom heeft intussen bekendgemaakt dat het in afwachting van die licentie een bescheiden 4G-netwerk uitrolt op de frequenties die het vandaag al mag benutten, al gaat het ook hier voorlopig om een testfase die pas later wordt gecommercialiseerd.

Conclusie
De opvallendste trend in dataverkeer is eigenlijk geen nieuwe trend. The only way is up vat het nog het best samen. De voorbije jaren kregen zowel zakelijke gebruikers als consumenten betaalbare toegang tot mobiel internet.

Dat mengt zich vandaag met sociale media, waardoor elk individu anno 2011 soms evenveel data verbruikt als een kleine onderneming een dikke tien jaar geleden. De trend valt dan ook in enkele sleutelwoorden samen te vatten: meer, sneller, altijd en overal.

Advertentie