In 1984 maakte ik, als versbakken ingenieur op de Vlerick Management School, kennis met de wetten van de businesswereld. “There’s no such thing as a free lunch”, oreerde professor André Vlerick toen met bulderende stem. En hoewel we maandelijks een stevige som op tafel mogen leggen voor onze internetaansluiting, lijken de meeste diensten die online […]

In 1984 maakte ik, als versbakken ingenieur op de Vlerick Management School, kennis met de wetten van de businesswereld. “There’s no such thing as a free lunch”, oreerde professor André Vlerick toen met bulderende stem. En hoewel we maandelijks een stevige som op tafel mogen leggen voor onze internetaansluiting, lijken de meeste diensten die online worden aangeboden deze stelling te ondermijnen… of toch niet?

Commercieel paradijs
Bij de introductie van het internet waren alle diensten gratis. Zelfs vandaag maken we nog altijd kosteloos gebruik van Google Sea, Wikipedia, Resto.be en uiteraard ook van alle sociale-mediakanalen waarop we de dagelijkse contacten onderhouden.

Het duurde echter niet lang voordat men de commerciële mogelijkheden van het internet ontdekte. E-commerce, virtuele marktplaatsen zoals eBay, betaalde game-en pornosites namen cyberspace in.

Het internet kreeg ook een vaste advertentiewaarde, waardoor bedrijven ook online gingen adverteren. Dankzij schreeuwende banners die op bijna alle websites opdoken, bleven gratis diensten en informatie beschikbaar voor de surfer. Adverteerders en partners betaalden in 2009 zo’n slordige 25 miljard dollar aan Google. Prima, zou je kunnen zeggen. De grote adverteerdersbedrijven betalen voor onze gratis diensten. Toch verliezen we daarbij uit het oog dat we zelf, weliswaar op een subtiele wijze, ook meebetalen.

Internetarbeiders
Wij, de surfers, zijn de arbeiders geworden van dienstverleners zoals Google en Yahoo. We genereren zoekdata op het internet, die vervolgens gestockeerd, geanalyseerd en doorverkocht worden door internetbedrijven. Ze vormen de basis voor behavioural targeting: het afstemmen van de reclame op het profiel van de gebruiker. De data van ons zoekgedrag vormen dus de basis waarop internetbedrijven reclame aanbieden en ons ‘gratis diensten’ verlenen.

Diegenen die zich elke dag binnen een IT-omgeving bewegen, kennen vast de gevolgen van hun surfgedrag. Zij weten dat elke klik, elke zoekopdracht en elke achtergelaten informatie gretig opgepikt wordt door spies, cookies en behavioural targeting-engines. Maar is de doorsnee internetgebruiker zich hiervan bewust? Hoe verbaasd is hij als hij na één keer bekijken van een webpagina over potgrond een hele lading e-mails over tuinarchitectuur in zijn mailbox krijgt? En wie heeft ooit toestemming gegeven voor het gebruiken of misbruiken van zijn persoonlijke gegevens?

Daarnaast heerst momenteel een discussie rond zowel de retentieperiode van die data als het recht op privacy van de internetgebruiker. De ‘Article 29 Working Party’-groep, bestaande uit EU-privacyregulatoren, waarschuwt Google, Yahoo en Bing voor het feit dat hun methodes om de zoekdata anoniem te maken buiten de EU-wetgeving over dataprotectie vallen.

Nood aan ‘virtuele’ arbeidsvoorwaarden
Het is belangrijk te beseffen dat de basisregels van de internetbusiness niet transparant zijn. Net zoals er wetgevingen bestaan die de werknemers in ‘real-life’ beschermen, is het noodzakelijk duidelijke regels te creëren rond de ‘arbeidsvoorwaarden’ in de virtuele wereld. Werk genoeg voor onze nieuwe regering, lijkt me.

Erik Van den Broeke heeft meer dan 20 jaar ervaring in de ICT-sector. Hij spitst zich vooral toe op ontwikkeling en implementatie in ICT-intensieve omgevingen. Erik is partner bij Quint Wellington Redwood en hij is ook oprichter van ITINERA Management Services en Consulting en voorzitter van de KVIV werkgroep.