De vlucht tussen Lissabon en Brussel, die ik benut om dit stuk te schrijven, zit maar halfvol. Een paar toeristen en wat zakenmensen. Het geeft aan dat de economische banden tussen Portugal en België vrij bescheiden zijn. Ik moet dan ook eerlijk toegeven dat ik tamelijk sceptisch was, toen iemand mij aanraadde toch eens de tijd […]

Advertentie

De vlucht tussen Lissabon en Brussel, die ik benut om dit stuk te schrijven, zit maar halfvol. Een paar toeristen en wat zakenmensen. Het geeft aan dat de economische banden tussen Portugal en België vrij bescheiden zijn.

Ik moet dan ook eerlijk toegeven dat ik tamelijk sceptisch was, toen iemand mij aanraadde toch eens de tijd te nemen om de inspanningen van de Portugezen rond ICT-innovatie te gaan bekijken. Ten onrechte, moet ik nu bekennen. Portugal, dat een beetje aan de periferie van Europa ligt en een grote achterstand heeft goed te maken, voert toch wel op een doordachte manier een beleid, en dat begint zijn vruchten af te werpen.

Drie zaken zijn me vooral opgevallen:

Ten eerste heeft Portugal een grote continuïteit gekend in zijn beleid over de voorbije tien jaar. Er is consistent geïnvesteerd in ICT-innovatie op langere termijn. Die politieke stabiliteit heeft ervoor gezorgd dat er gebouwd kon worden aan een beleid dat niet om de haverklap werd omgegooid. Er was ook de nodige politieke moed om alle actoren op dezelfde lijn te krijgen. En Portugal kon zich niet veroorloven zich te verliezen in parochiale oorlogen tussen verschillende regio’s en universiteiten.

De beleidsmensen hebben een grondige kennis van de problematiek (ik ben geen diplomafetisjist, maar je ontmoet niet altijd een minister en staatssecretaris die een ingenieursdiploma hebben) en langetermijnvisie. Overigens geen klassieke Zuid-Europese toestanden met lange lunches tijdens dit bezoek: de meetings volgen elkaar op in een strak schema. Ik heb dan ook geen idee hoe Lissabon en Porto er eigenlijk uitzien.

Ten tweede is men niet te beroerd toe te geven dat er best practices zijn in andere delen van de wereld waaruit men kan leren. Met de topuniversiteiten uit de Verenigde Staten, zoals Carnegie Mellon en MIT, zijn er samenwerkingsakkoorden gesloten die toelaten dat beloftevolle onderzoekers de American way grondig leren kennen en een meer globale kijk op hun vakgebied en mogelijke opportuniteiten daarin krijgen.

Dit staat in schril contrast met vele andere Europese regio’s en universiteiten, die maar niet willen toegeven dat zij niet aan de top van de piramide staan. Ondanks de sprekende globale rankings die regelmatig het tegendeel bewijzen. Ik ben aangenaam verrast door het niveau van de onderzoekers die ik ontmoet, zowel binnen de onderzoeksinstellingen als bij de start-upbedrijven. Niet enkel hun technologisch werk is op niveau, maar ze zijn ook in staat dit te vertalen naar mogelijke commerciële applicaties en in staat om hierover op een overtuigende manier te communiceren.

Ten derde is er een duidelijke keuze gemaakt voor een economisch georiënteerd beleid waarbij de creatie van nieuwe bedrijven en bijhorende werkgelegenheid prioriteit nummer 1 is. Sommige van die bedrijven hebben me aangenaam verrast en hebben ook duidelijk een internationaal profiel. Een ervan is Ydreams, dat actief is op het vlak van augmented reality. Hun CTO is heel expliciet: nu ze klaar zijn om een product te lanceren, gebeurt dit via een filiaal in Silicon Valley. Het leek hen de enige manier om een kans te maken in deze sector.

Ondanks dat hun twee voornaamste concurrenten (het Franse Total Immersion en Duitse Metaio) beide Europees zijn, is het de Amerikaanse markt waar men een dergelijk product maakt of breekt. Ik denk dat ze gelijk hebben, en dit is een feit waar onze Europese beleidsmakers toch eens grondig zouden moeten over nadenken.

Niettemin blijft het bemoedigend dat een dergelijk bedrijf in een uithoek van Europa kan ontstaan en de ambitie heeft de wereld te veroveren, zij het wel via de Verenigde Staten.

Ik werd aangenaam verrast in Portugal. En Ydreams is een bedrijf om in de gaten te houden.

Wim De Waele is algemeen directeur bij IBBT en is dagelijks bezig met research en innovatie. Uit zijn brede omzwerving langs een aantal start-ups onthoudt hij vooral dat innovatie draait om mensen en een gezonde mix tussen technologische vernieuwing, commerciële strategie, nieuwe business modellen en marketing.