De zogenaamde generatie Y van de jonge, door technologie gedreven werknemers is een mythe. In de praktijk verwachten zowel jongeren als ouderen van dezelfde IT-toepassingen de meest positieve impact. Werknemers willen wel mobiel werken, alleen zijn hun bazen er niet altijd klaar voor. En bovendien blijkt de infrastructuur vaak ontoereikend.   “Het beweegt”, oppert Benny […]

Advertentie

De zogenaamde generatie Y van de jonge, door technologie gedreven werknemers is een mythe. In de praktijk verwachten zowel jongeren als ouderen van dezelfde IT-toepassingen de meest positieve impact. Werknemers willen wel mobiel werken, alleen zijn hun bazen er niet altijd klaar voor. En bovendien blijkt de infrastructuur vaak ontoereikend.

 

“Het beweegt”, oppert Benny Corvers, director ICT-consulting & business development bij Getronics. En dan heeft hij het over de trend naar mobiliteit en samenwerken in bedrijven. Het bedrijf liet InSites Consulting voor het tweede jaar op rij een onderzoek doen naar de werkgewoontes en verwachtingen van Belgische werknemers.

Dit resulteerde in hun ICT-Barometer, die onze redactie kon inkijken. Volgens Corvers gaat het om een van de weinige studies rond mobiliteit die ook effectief peilt bij de eindgebruikers.

Dat mobiel werken bij meer bedrijven geldt, staat buiten kijf. Ook binnen de bedrijfsmuren. In één jaar tijd blijkt het aantal bedrijven dat zogenaamde flexdesken aanbiedt, die voor iedereen bruikbaar zijn, te zijn gestegen naar 37 procent. “Vorig jaar was dat nog 31 procent.”

Intussen steeg ook het aantal werknemers met toegang tot een draadloos netwerk van 47 naar 55 procent. Ook thuiswerken blijkt meer en meer te zijn ingeburgerd. Meer dan de helft werkt af en toe van thuis uit. “We stijgen van 48 naar 52 procent”, licht Corvers toe. Waarmee ook de psychologische grens van de vijftig procent thuiswerkers is bereikt.

Ook al werken de meesten maar af en toe van thuis uit, toch levert thuiswerken de werknemer een gemiddelde tijdswinst op van bijna vijf uur per week.

Toch is het niet al goud wat blinkt. Duidelijke afspraken rond thuiswerken ontbreken bijvoorbeeld. Meer dan drie van de vijf werknemers geven aan dat er geen bedrijfsbeleid over thuiswerken bestaat of hebben er nog nooit van gehoord. Ook de IT-ondersteuning blijkt nog ontoereikend.

“Grote bedrijven hebben in het verleden veel geïnvesteerd in back-endsystemen, maar hebben grote achterstand op het vlak van de eindgebruikers. Het is soms echt schokkend te merken dat sommige bedrijven zich wat dat betreft nog in de steentijd bevinden”, aldus Corvers.

Zowat een op drie werknemers geeft aan dat de eigen organisatie geen elektronisch kalenderdelen of een zoekrobot voor interne documenten aanbiedt. Nochtans is een overgrote meerderheid overtuigd van de positieve impact die deze tools kunnen hebben op de kwaliteit van hun werk.

“Vaak gaat het dan om toepassingen waarvan wij dachten dat ze al lang gemeengoed waren in organisaties”, meent Corvers. Andere toepassingen waar men veel voordeel van verwacht zijn presencemanagement, webconferencing of online meetings en een zogenaamde wikiwebsite. Terwijl deze toepassingen nauwelijks worden aangeboden aan werknemers.

Generatie Y
De zogenaamde generatie Y van de jonge medewerkers blijkt overigens een mythe. In de praktijk verwachten zowel de jongere als oudere medewerkers van dezelfde toepassingen de meest positieve impact.

“Hoewel jongeren in de vrije tijd vaker gebruikmaken van nieuwe technologieën zoals wiki of sociale media, hebben ze grotendeels dezelfde verwachtingen ten opzichte van het gebruik ervan op kantoor”, stelt Corvers vast. “Het verhaal dat jongeren speciale eisen stellen inzake actuele of geavanceerde technologieën, klopt dus niet.”

Of hoe de generatie Y pragmatischer is dan dat.

Advertentie