Overheden willen allerlei online diensten aanbieden, maar houden er niet genoeg rekening mee dat veel burgers helemaal niet zo handig zijn met internet. Dat stelt de Nederlander Alexander van Deursen, promovendus aan de Universiteit van Twente. Via internet een parkeervergunning aanvragen of informatie zoeken over de gemeentelijke vuilophaaldienst: het kan steeds vaker online. Maar de vraag […]

Overheden willen allerlei online diensten aanbieden, maar houden er niet genoeg rekening mee dat veel burgers helemaal niet zo handig zijn met internet. Dat stelt de Nederlander Alexander van Deursen, promovendus aan de Universiteit van Twente.

Via internet een parkeervergunning aanvragen of informatie zoeken over de gemeentelijke vuilophaaldienst: het kan steeds vaker online. Maar de vraag is of burgers wel klaar zijn voor de ‘digitale overheid’.

"Elektronische communicatie is niet voor iedereen de voor de hand liggende keuze", merkt Van Deursen op. "Helaas houdt de overheid hier nog niet genoeg rekening mee. In de praktijk wordt er dikwijls alleen gekeken naar het aantal mensen dat thuis wel of geen internetverbinding heeft."

Prestatietests
Om de internetvaardigheden van burgers te meten, heeft hij twee grootschalige prestatietests afgenomen. Hierbij zijn vier vaardigheden getest:

  1. Operationele vaardigheden (het bedienen van een internetbrowser)
  2. Formele vaardigheden (het navigeren en oriënteren op internet)
  3. Informatievaardigheden (het zoeken, selecteren en evalueren van informatie op het internet)
  4. Strategische vaardigheden (de informatie op het internet kunnen gebruiken om een bepaald persoonlijk of professioneel doel te bereiken)

Uit de test blijkt dat burgers over het algemeen redelijk goed zijn in het bedienen van een browser en het online navigeren en oriënteren. Wel staan ouderen op dit terrein minder sterk, terwijl de jongeren juist hoog scoren.

Zoekwoorden
Op het vlak van informatie- en strategische vaardigheden valt onder de bevolking echter nog veel te verbeteren. Opvallend is dat jongeren het wat dit betreft niet beter doen dan oudere groepen.

Het definiëren van geschikte zoekwoorden bijvoorbeeld is voor veel mensen lastig. Daarnaast wordt op internet gevonden informatie te gemakkelijk voor waar aangenomen. "Het lijkt mensen niet uit te maken waar de informatie vandaan komt", aldus Van Deursen. Dikwijls worden er beslissingen genomen op basis van die onvolledige informatiebehoefte.

Opleiding
Het aantal jaren internetervaring en het aantal uren dat men op internet doorbrengt, hebben weinig effect op het vaardigheidsniveau. Opleiding is belangrijker. Hoger opgeleide mensen hebben grotere internetvaardigheden. "Ofwel: het lijkt er niet op dat met het uitsterven van de oudere generatie het vaardigheidsprobleem vanzelf wordt opgelost", concludeert de promovendus.

Dit is ook nog leuk om te weten: in de prestatietests zijn geen verschillen gevonden tussen mannen en vrouwen. Wel schatten de vrouwen hun eigen vaardigheden lager in dan mannen.

Gebruiksvriendelijk
Van Deursen raadt overheden aan de digitale vaardigheden van burgers te verbeteren en websites gebruiksvriendelijker te maken. Eventueel kunnen sites worden ontwikkeld die gericht zijn op lager opgeleiden en ouderen. Een andere tip is om software in te zetten die burgers helpt bij het nemen van beslissingen, in de stijl van stemwijzers. 

Wil jij je digitale vaardigheden testen? Doe dan de zelftest op Dqtest.nl.