België blijft ter plaatse trappelen op de e-readiness ranglijst die jaarlijks door de Economist Intelligence Unit wordt opgesteld. Daarmee laten we landen zoals Japan, Italië en Spanje achter ons. Maar onze Nederlandse buren zijn intussen al wel opgeklommen tot de derde stek. De e-readiness ranglijst wordt opgesteld op basis van een aantal criteria: – […]

Advertentie

 

België blijft ter plaatse trappelen op de e-readiness ranglijst die jaarlijks door de Economist Intelligence Unit wordt opgesteld. Daarmee laten we landen zoals Japan, Italië en Spanje achter ons. Maar onze Nederlandse buren zijn intussen al wel opgeklommen tot de derde stek.

De e-readiness ranglijst wordt opgesteld op basis van een aantal criteria:
– de stabiliteit en het fiscaal gunstige klimaat voor de economie;
– de overheidsinitiatieven om een digitale economie te bevorderen;
– het wettelijke kader dat de digitale economie voortstuwt (of net niet);
– het percentage van de inwoners dat verbonden is met het internet en er ook van diensten gebruikmaakt (al dan niet met een elektronische identiteitskaart);
– de kwaliteit van het onderwijs en de mate waarin digitale technologie daarin een rol speelt;
– de inspanningen van de overheid om een digitale economie te bevorderen en de mate waarin de overheid een voorbeeldfunctie vervult.

Opvallend genoeg scoort België op al die criteria ongeveer rond de twintigste plaats. Enkel op het vlak van het wettelijke kader scoren we beduidend hoger met een negende plaats. Wat overheidsbeleid en -visie betreft, scoren we dan weer onder die twintigste plaats.

Internationaal zijn er een aantal opvallende verschuivingen gebeurd in het klassement: De VS vallen terug van de toppositie naar een vijfde plaats. Zij volgen nu een kopgroep waarin Nederland (3) het enige niet-Scandinavische land is, tussen Denemarken (1), Zweden (2) en Noorwegen (4). Ook het Verenigd Koninkrijk maakte een tuimeling: van de achtste naar de dertiende plaats. Voor zowel het Verenigd Koninkrijk als de VS heeft de economische recessie een belangrijke rol gespeeld in die terugval. Nederland scoorde dan weer bijzonder hoog op het wettelijke kader en vooral de connectiviteit en bijgevolg ook de mate waarin bedrijven en particulieren van digitale diensten gebruikmaken. 

Die laatste maatstaf woog ook zwaarder door in de eindberekening, wat tot gevolg had dat bijna alle landen hun algemene score zagen dalen, ook Nederland, België en Frankrijk. Dat laatste land maakte nochtans een flinke sprong voorwaarts, van de 22ste naar de 15de plaats. 

 

Advertentie