Sinds de eerste industriële revolutie is het een vraag die de mens continu bezighoudt; "zullen machines het uiteindelijk van ons overnemen?"

Advertentie

 

 

The rise of the machines  

 

Sommige wetenschappers menen van wel, andere denken dan weer dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen en dat we enkel andere taken voor onze rekening zullen nemen. Maar puur hypothetisch; indien robots ons inderdaad vervangen als werkkrachten, welk soort werk en tijdsinvulling blijven er dan voor ons over? Kunnen we ons tegen een dergelijk scenario wapenen? En zo ja, hoe dan?  

 

In 2013 publiceerde Oxford University nog een studie waarin onheilspellend werd verklaard dat 47 procent van alle jobs in de VS dreigden geautomatiseerd te worden in de volgende twee decennia. Toby Walsh, universiteitsprofessor Artificiële Intelligentie aan de Universiteit van New South Wales, denkt dat het allemaal wel niet zo’n vaart zal lopen en gelooft niet dat een 47 procent aan automatisering ook meteen zal resulteren in 47 procent werkloosheid.

 

Nieuwe technologieën zorgen er dan misschien wel voor dat bepaalde jobs verdwijnen, ze maken tegelijk ook plaats voor nieuwe jobs. In het verleden was dat ook al het geval met de industriële revoluties, toen er meer jobs werden gecreëerd dan er verdwenen. Al is dat natuurlijk geen garantie dat dat nu ook het geval zal zijn.  

 

Yuval Noah Harari, professor aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem, ziet het minder rooskleurig in; volgens hem zullen kinderen vandaag de dag sterk de gevolgen dragen van een doorgedreven AI-evolutie. Het overgrote deel van de kennis die mensen vandaag de dag opdoen, is namelijk niet meer relevant wanneer ze de leeftijd van 40 of 50 jaar bereikt hebben. Indien menselijke krachten werkzaam en relevant willen blijven, moeten ze zichzelf continu blijven heruitvinden, en dat aan een steeds sneller tempo. Op de arbeidsmarkt wordt het pijnlijk duidelijk dat we niet enkel met menselijke werkkrachten concurreren, maar nu ook met robots. 

 

Chetan Dube, oprichter en CEO van IPsoft maakt zich ook zorgen om de jobs die zullen verdwijnen door de snelle opkomst van AI, maar wat hem nog meer zorgen baart is het tempo waaraan dat gebeurt. “De veranderingen gaan zo hard, dat ik me afvraag of mensen genoeg tijd krijgen om zich om te scholen. Als dat niet gebeurt, wordt de kloof tussen digitaal geletterden en de rest steeds groter.” 

 

Dube is de geestelijke vader van ‘Amelia’, een virtuele assistente die ingescand werd naar het model Lauren Hayes. Amelia verschilt danig van chatbots; ze geeft je accurate antwoorden en toont zelfs empathie wanneer je iets naars meemaakt. Volgens Dube zou ze na verloop van tijd ingezet worden als receptioniste en helpdeskmedewerkster.
 

  

 

De opkomst van de nutteloze klasse  

 

Harari waarschuwt in zijn bestseller ‘Homo Deus: een korte geschiedenis van de toekomst’ dat onze evolutie wel eens teruggedraaid zou kunnen worden. In plaats van almachtige, alwetende meesters van het universum is het evengoed mogelijk dat we uitgroeien tot wezens zonder werk of zonder levensdoel, die maar wat lamlendig door hun dagen slenteren met hun VR-toestellen om hun hoofd.  

 

Harari noemt dat “de opkomst van de nutteloze klasse”, en bestempelt dat als een van de grootste dreigingen van de 21e eeuw. Wanneer artificiële intelligentie gaandeweg slimmer wordt, worden ook steeds meer menselijke krachten uit de arbeidsmarkt geduwd. Jongeren zullen dan ook niet meer weten wat te studeren aangezien niemand nog een idee heeft van welke kennis er binnen 20 jaar nog relevant zal zijn.  

 

Volgens Harari hebben mensen twee belangrijke soorten capaciteiten die ons nuttig maken; fysieke en cognitieve capaciteiten. De industriële revolutie heeft ertoe geleid dat machines het overgenomen hebben van menselijke krachten in jobs die fysieke kracht en veel herhaling vereisen. De eerste industriële revoluties kwamen niet meteen in het vaarwater van menselijke krachten. Want hoewel machines toen fysieke taken overnamen van menselijke krachten, moesten mensen nog steeds de cognitieve taken voor hun rekening nemen.  

 

Dat is nu helemaal anders, aangezien robotica nu ook de cognitieve taken van mensen op zich begint te nemen en menselijke krachten daar zelfs in begint te overtreffen. Ook Toby Walsh, professor kunstmatige intelligentie aan de universiteit van New South Wales, stelt zich luidop de vraag: “Welke specifieke taken blijven er nu nog over voor mensen nu machines ook al veel van die cognitieve taken op zich nemen?” 

 

Subhash Kak, professor computer engineering aan de Universiteit van Oklahoma, vult aan: “de effecten van AI op de maatschappij kunnen niet enkel gemeten worden aan de hand van productiviteit.” Onze moderne maatschappij heeft inderdaad tewerkstelling nodig, niet enkel om te voorzien in ons levensonderhoud, maar ook om ons emotionele welzijn te garanderen.

 

Indien AI in die mate evolueert dat een groot deel van onze arbeidskrachten opeens zonder werk komt te zitten, dan kan dat zorgen voor een serieuze impact op ons sociaal welzijn, zelfs al garandeert de maatschappij een basisinkomen om zo de pijn toch nog wat te verzachten. Anders groeien we inderdaad misschien wel uit tot het doembeeld van Harari; doelloze, lamlendige wezens die zich nog het liefst opsluiten in een virtuele realiteit. 

 

 Hoe wapenen we ons?  

 

Hoewel robots niet gebouwd zijn met de specifieke intentie om meteen je jobs over te nemen, kan het geen kwaad om je te wapenen tegen automatisering. Als je dus bezorgd bent dat je job binnenkort wel eens zou kunnen ingepikt worden door een robot, zijn er een aantal dingen die je kan doen om de waarschijnlijkheid van dat lot in te dijken.  

 

Volgens Subhash Kak kan een veralgemeende opleiding een mogelijk antwoord bieden op die snelle evolutie van de kennis. Binnen 20 jaar is de kennis die we vandaag aanleren namelijk niet meer relevant. Zo’n algemene opleiding kan dan een uitgangspunt zijn voor specifiekere arbeidsopleidingen die op dat moment nodig zijn.  

 

Joseph Aoun, voorzitter van de Northeastern University in Boston, Massachusetts en de auteur van ‘Robot Proof: hoger onderwijs en het tijdperk van kunstmatige intelligentie’, denkt ook dat het essentieel is dat menselijke krachten hun kennis continu blijven uitbreiden.

 

Kunstmatige intelligentie transformeert de werkplaatsen zodanig dat het voor menselijke krachten belangrijk is om bij te blijven. Anders riskeren ze wel eens hun eigen redundantie zelf in de hand te werken. Aoun raadt ook aan dat studenten meer deelnemen aan uitwisselingsprogramma’s, en benadrukt daarmee het belang van ervaringen, iets wat bij robots niet in te programmeren valt. Althans, nog niet.  

 

Julie Shah, researcher van de interactieve Robotica groep aan het Massachusetts Insistute of technology, voerde onderzoek naar de samenwerking tussen mensen en robots en kwam daarbij tot een belangrijke conclusies. Zo hebben menselijke werkkrachten vaak de neiging om hun werk af te schermen van de robot en daarmee werk voor zichzelf op te hopen, wat hen op termijn uiteraard niet verder helpt. Daarom is het belangrijk dat menselijke krachten ook gewoon leren samenwerken met robots. Ook dat is een vaardigheid die werknemers in de komende jaren voldoende moeten ontwikkelen om relevant te blijven op de arbeidsmarkt.  

 

 

Wat maakt ons menselijk?  

 

Shah merkt echter op dat menselijke krachten het nog steeds beter doen in teamverband, iets wat robots nog niet in hun systeem geprogrammeerd hebben staan. Dat is logisch, want om met elkaar in teamverband te kunnen werken heeft een robot te veel contextuele informatie nodig. Zo moet een werknemer die in teamverband werkt goed kunnen afleiden wat zijn collega denkt. Hij moet daarnaast ook kunnen inschatten hoe die collega zich bij een bepaald beleid voelt, om zo juist te kunnen inspelen op zijn teamgenoot, en om snelle aanpassingen te kunnen maken wanneer zaken niet verlopen zoals gepland.  

 

Shah merkt in haar project dat er nog veel werk aan de winkel is. Volgens haar is er nog steeds een te grote discrepantie tussen de robotische stijl van communiceren en de menselijke communicatiestijl. Shah: “We zijn het nu eenmaal gewend om met mensen te werken, robots voelen erg vreemd aan voor ons.” Mensen hebben daarom qua communicatieve vaardigheden nog steeds een streepje voor. 

 

Hoewel robots zichzelf zeker als erg nuttig hebben bewezen in de automatiseringssector, (Denk maar aan de Amazon-magazijnen) is het belangrijk om te weten te komen voor welke zaken een robot niet geschikt is. Zo is motorische coördinatie ook nog steeds bepekt. Een robot proberen aanleren hoe die een pannenkoek moet omdraaien mislukt ook nog steeds faliekant. Ook op dat gebied winnen menselijke krachten het nog steeds van de robots. 

 

Aoun merkte ook op dat mensen voornamelijk goed zijn in creatief denken en ondernemendheid, teamwork, en zaken vanuit verschillende perspectieven bekijken. Met die verschillende perspectieven zijn we echter geen unicum meer; kijk maar naar de debatterende supercomputer van IBM, die zelfs de beste debaters onder tafel praat omdat die beter alle perspectieven over een bepaald onderwerp kan overzien. 

 

Walsh meent dat we uiteindelijk zullen evolueren naar een model waarbij mensen de taken zullen doen waarin ze echt uitblinken of die we niet wensen te delegeren aan machines. De AI-industriële revolutie zal ons net die eigenschappen laten herontdekken die ons menselijk maken zoals teamwork, empathie, en leadership. Je kan een robot namelijk wel programmeren om empathisch te zijn, maar als die zelf geen bewustzijn heeft of gevoelens ervaart, mist die alle raakvlakken met zijn menselijke collega’s.  

 

  

 

Concurrentie of symbiose? 

 

Hoewel Elon Musk geen kans voorbij laat gaan om zijn vrees voor deep learning met de wereld te delen, ziet Chetan Dube de toekomst helemaal anders in. Dube gelooft net dat AI de mens bevrijdt van allerlei saaie en routineuze taken zodat mensen zich kunnen focussen op creatieve activiteiten. Door de ontwikkeling van AI krijgt de mens daar veel meer tijd voor, en worden de taken als het ware gedelegeerd.  

 

Subhash Kak stelt dat de overblijvende jobs naar alle waarschijnlijkheid steeds minder routineuze taken zullen bevatten. Ook volgens Dube zullen routinematige banen door computers worden overgenomen aangezien mensen daar nu eenmaal sneller fouten in maken, en computers niet. Maar vraag een robot maar eens om te freestylen op NuJazz; je weet ook dat een professionele danser een robot daar nog steeds in zal overtreffen.  

 

Choreograaf en andere beroepen die het motorische creatieve met elkaar combineren zijn inderdaad beroepen die de automatisering zullen overleven. Ook therapeuten en sociaal werkers hoeven geen concurrentie van robot te vrezen. Wie wel op zijn tellen moet passen zijn telemarketeers, boekhoudkundigen en scheepsmakelaars.   

 

Er zouden ook andere gevolgen kunnen verbonden zijn aan een doorgedreven automatisering. Zo voorspelt Walsh een opwaardering van de ambachten. “Dat zien we nu al terug in de hipstercultuur”. We appreciëren handgemaakte zaken, terwijl machinaal geproduceerde producten steeds goedkoper worden. Als sociale dieren hechten we nog steeds veel belang aan sociale interactie met andere mensen.  

 

Volgens Walsh is het duidelijk en moeten we als mensen terugplooien op die specifieke dingen die onze menselijke natuur definiëren om zo een verschil te kunnen blijven maken in een toekomstige AI-wereld. “Onze meest belangrijke menselijke kenmerken zijn onze sociale en emotionele intelligentie. De ironie schuilt dus in het feit dat onze technologische toekomst helemaal niet gebaseerd is op onze technologie, maar op onze menselijkheid.” 

 

 

Advertentie