[Blog] Ik hoor het commentator Marc Willems nog zeggen tijdens de wedstrijd: "... met de Hawkeye-technologie zouden we dat soort discussies kunnen vermijden."

Advertentie

 
Het is woensdagavond en ik kijk naar de eerste finalewedstrijd van de playoffs in het volleybal. Het is een spannende strijd. Knack Roeselare en Noliko Maaseik vechten verbeten om elk punt. En net zoals in het voetbal, bepaalt soms één actie of je wint of verliest. Ondanks 6 scheidsrechter die op enkele meters van het veld staan, gaat het volleybalspel zo snel dat het beoordelen of een bal binnen of buiten het veld botst, eigenlijk niet door een mens in één moment beoordeeld kan worden. Als kijker/commentator heb je dan nog de luxe om via de herhaling de beoordeling van de scheidsrechter al dan niet af te kraken. Maar soms brengt zelfs de herhaling geen uitsluitsel.
 
De sportcommentator had dus wel degelijk een punt met zijn opmerking dat specifieke technologie hier gewenst is. Zeker als de belangen groot zijn, zoals in het geval van een titelstrijd. Maar technologie is niet zaligmakend. Dat bleek al op het afgelopen EK volleybal: via superslowmotion camera’s werden alle acties, zowel aan het net als in het achterveld, minutieus gefilmd.
 
Door die technologie werd het spel misschien wel té eerlijk. Regelmatig zag je verbouwereerde spelers als een vederlichte aanraakbal – die enkel de speler in kwestie had kunnen voelen – door de technologie onverbiddelijk werd gemarkeerd als fout. Sluwe coaches speelden hier tactisch op in door een ‘videoreview’ te vragen … ook al was de spelsituatie voor iedereen zo klaar als een klontje. De technologie moest maar eens een petieterige netfout ‘zien’ die geen mens had waargenomen. Dat er dan meteen ook een spelonderbreking van minstens dertig seconden was, was alleen maar meegenomen. Je zat in het hoofd van de tegenstander en dat is soms voldoende om een wedstrijd te doen kantelen.
 
En dan gebeurt het.
 
De stand is 2-2 in sets, en de teams van Roeselare en Maaseik maken zich op voor de beslissende vijfde set. Spanning ten top. Maar alles duurt langer dan de voorziene drie minuten tussen twee sets. Zelfs dubbel zo lang. Ook de commentator vraagt zich af wat er aan de hand is. Vervolgens toont de tv-camera een beeld van de wedstrijdtafel. Er wordt ingezoomd op een laptopscherm. Op deze laptop wordt het hele wedstrijdverloop bijgehouden: rotaties, wissels, gele en rode kaarten, enz. Hij is dus cruciaal voor de wedstrijdleiding.
 
Om de een of andere reden moest die laptop tussentijds herstart worden … waarna Windows doodleuk zijn updates begon te installeren. Wachten is onbegonnen werk, want zoiets kon gerust een uur of langer duren. En niemand die het Windows updateproces kon onderbreken.
 
Dat noem ik nu eens ‘disruptieve’ technologie!
 
Wat uiteindelijk de oplossing is geworden, weet ik niet. De laptop werd wel aan de kant geschoven, en ik vermoed dat men besliste om de wedstrijdgegevens dan maar op papier bij te houden (iets wat overigens gangbaar is in de lagere reeksen). Ik weet ook niet of dit gevalletje van wedstrijdonderbreking een invloed heeft gehad heeft op de ‘flow’ van de spelers. Roeselare stond de hele wedstrijd op achtervolgen, kwam terug tot 2-2 en zat duidelijk in de goede ‘flow’ om de vijfde set op z’n minst mentaal als sterkste te kunnen starten. Als spelers zich ergeren aan het gedoe met die laptop, dan had dit wel degelijk hun prestaties op het veld kunnen beïnvloeden.
 
Gelukkig valt sport niet te voorspellen: Roeselare won uiteindelijk dankzij twee rechtstreekse opslagpunten van hun sterspeler net in de belangrijkste fase van de wedstrijd. Ik troost me met de gedachte dat sporttalent nog altijd niet overtroffen kan worden door technologie.