Internet op Things: een nieuwe bron van competitiviteit voor de industrie. Een blik op opportuniteiten en mogelijke beperkingen.


Hoe heeft technologie een impact op je business?
Ontvang elke week het zakelijk IT-nieuws rechtstreeks in je inbox!



Dankzij het ‘Internet of Things’ (IoT) kunnen bedrijven extra bronnen van inkomsten aanboren. Er zullen immers nieuwe diensten worden ontwikkeld, gelinkt aan producten. Maar de grootste opportuniteit blijft de mogelijkheid om de efficiëntie van industriële processen op te drijven.
De intelligente Withings weegschaal, het iWatch-horloge van Apple, de Google Glasses,… Langzaam maar zeker dringen steeds meer geconnecteerde objecten ons dagelijkse leven binnen. Eigenlijk heeft iedereen al een idee hoe het IoT ons leven zal veranderen. Bij de impact op de bedrijfswereld, daarentegen, kunnen we ons veel minder voorstellen. Recente analyses door de Goldman Sachs bank en The Economist Intelligence Unit werpen een licht op wat geconnecteerde toestellen de industrie zullen brengen.
Volgens Goldman Sachs zal het IoT industriële ondernemingen extra inkomsten opleveren, dankzij de ontwikkeling van nieuwe diensten via partnerships. De studie citeert als voorbeeld de dienst van de geconnecteerde auto die AT&T begin 2014 uitwerkte in samenwerking met autoconstructeurs Audi, General Motors, Tesla en Volvo. Deze laatsten bieden hun klanten een 3G- of 4G-breedbandverbinding aan in hun voertuig, tegen een maandelijks abonnement van 10 dollar. Eind 2014 waren 30 modellen van General Motors uitgerust met 4G LT-toegang. Op die manier zullen de voertuigen als echte wifi- hotspots fungeren waarop de passagiers tot zeven toestellen kunnen aansluiten.

De efficiëntie van industriële processen verbeteren

De grootste opportuniteit ligt echter ongetwijfeld in de transformatie van bedrijven. De twee studies tonen allebei aan dat het IoT bedrijven kan helpen om hun industriële processen te verbeteren. Op het vlak van logistiek kan de automatisering van lokalisatiesystemen en van oplossingen voor het opvolgen van goederenstromen helpen om containers te tracen, om het beheer en de ontvangst van paletten te optimaliseren en/of om voorraden of de voertuigvloot beter te beheren.
Een andere belofte: kortere productiecycli dankzij de connectiviteit die ontstaat door nieuwe robots en industriële toestellen. Een aantal bedrijven kunnen al zwart op wit aantonen dat ze dankzij ‘smart manufacturing’ geld besparen, terwijl hun machines ook betrouwbaarder werken. Zo kon Harley Davidson dankzij ‘connected manufacturing’ de productiedoorlooptijd van een klantgeconfigureerde motorfiets verminderen van 21 dagen naar 6 uren. Bosch in Duitsland, General Electric (GE) en Johnson Controls in de Verenigde Staten gebruiken allemaal systemen die het defect van machines kunnen voorspellen en die automatisch een alarm geven als onderhoud nodig is (voor de machine dus stuk kan gaan!). Op die manier zijn minder menselijke interventies nodig én is er geen gevaar op downtime door plotse defecten. De Japanse autoconstructeur Toyota bevestigt dat hij dankzij een dergelijk system in zijn fabriek in Alabama (VS) jaarlijks tot 500 000 dollar bespaart.

De beperkingen van ‘smart manufacturing’

Het gebruik van geconnecteerde voorwerpen is nog onderbenut. Een studie die de American Society for Quality (ASQ, een wereldwijde vereniging van kwaliteitsexperts) in december 2013 uitvoerde, toont aan dat slechts 13% van de Amerikaanse producenten intelligente productiesystemen inzet. De reden? De initiële kost om dergelijke systemen te implementeren, alsook de risico’s rond hun evolutie. Onder die risico’s bijvoorbeeld de impact op de tewerkstelling. Verwacht wordt dat door ‘smart manufacturing’ minder arbeidskrachten nodig zullen zijn. Wel zal de industrie nood hebben aan werknemers met meer kwalificaties.
Als de opmars van ‘smart manufacturing’ zich voortzet, kan de Westerse industrie competitiviteit terugwinnen. En de kaarten zouden kunnen worden herverdeeld tussen het Westen en de opkomende landen, zo voorspelt The Economist Intelligence Unit. “Jarenlang hadden de opkomende landen het concurrentieel voordeel van goedkopere lonen. Dat voordeel zouden ze nu wel eens kunnen verliezen”, aldus Erik Brynjolfsson, professor aan de Sloan School of management van het MIT (Massachussetts Institute of Technology), die in de EIU-studie wordt geciteerd. Zelfs al blijft de impact van intelligente productie beperkt, toch hebben de voorbije jaren een aantal Amerikaanse ondernemingen, naar het voorbeeld van Apple, GE en Motorola, al een deel van hun productie naar de Verenigde Staten teruggebracht. Door hun productieketting verregaander te automatiseren, kunnen ze de hogere salarissen in Noord-Amerika perfect compenseren.
 
Benieuwd of deze trend ook naar Europa zal overwaaien!