Wanneer een bedrijf groeit verliezen werknemers de mogelijkheid om een impact te maken, zelfs al hebben ze een goed idee. Dat kan volgens start-up Yambla beter.

Advertentie

Yoeri Roels en Jordan Vermeir willen werknemers en management efficiënt doen communiceren over innovatie, met een sociaal netwerk voor bedrijven: Yambla. “Werknemers van een bedrijf zijn de sleutel tot innovatie”, weet Yoeri. Hij verduidelijkt: “Bij succesvolle innovatieve bedrijven heeft iedereen een stem. Kijk maar naar Google, het immens populaire Gmail is een idee afkomstig van een gewone werknemer en zo zijn er tal van voorbeelden.”

Het grote probleem vandaag is, volgens Yoeri, dat een klein team binnen een bedrijf verantwoordelijk is voor innovatie. “Die mensen gaan samenzitten om nieuwe ideeën te bedenken maar zo werkt het niet. Kijk maar naar Kodak. Werknemers zagen de ondergang van het bedrijf destijds al lang aankomen, omdat zij in contact stonden met de klanten. Zij wisten wat er leefde, maar het management verkoos om daar niet naar te luisteren, met alle gevolgen van dien.”

Groepsgevoel

Yoeri en Jordan willen de start-upmentaliteit en het daarbij horend wij-gevoel terug naar grote bedrijven brengen en daartoe creëerden ze het Yambla-platform. Het idee voor Yambla ontstond toen de twee samen voor ICT-bedrijf Realdolmen werkten. Daar merkten ze dat de chemie aanwezig was die zo nodig is om een start-up tot een goed einde te brengen. Yoeri: “Een goed team is het allerbelangrijkste. Jordan en ik zagen een opportuniteit en we wilden er samen voor gaan. We zitten volledig op dezelfde golflengte, en hebben meestal genoeg aan enkele woorden om elkaar te begrijpen.”

Yambla is een sociaal netwerk voor bedrijven, waar werknemers ideeën en suggesties kunnen indienen. “Er zijn 1001 alternatieven voor zo’n ideeënbus, Yambla onderscheidt zich van de rest door een stuk verder te gaan. Werknemers die een idee indienen kunnen hun voorstel stap voor stap volgen tot het een project wordt, of net niet. Yambla brengt transparantie naar het hele proces.”

Level up

Het begint allemaal met een idee, dat de werknemer kort moet formuleren. Om uiteindelijk een project te worden moet dat idee verschillende fases, of levels, doorlopen. Yoeri geeft een voorbeeld: “Een idee wordt eerst rondgestuurd in het bedrijf. Om naar een volgende level te gaan heeft het een aantal likes nodig. Als bijvoorbeeld 80 procent van het bedrijf achter een plan staat, dan gaat het naar de volgende level, waar een nieuwe uitdaging tot een goed einde gebracht moet worden.

“Er wordt dan gekeken naar de beschikbaarheid van budget. Als er budget gevonden is stijgt het idee nog een level, waar het terecht komt op het bureau van de juiste manager. Die moet dan een aantal vragen beantwoorden over de haalbaarheid, of het voorgestelde project binnen de bedrijfsstrategie past enzoverder. Uiteindelijk belandt een idee dat alle fases heeft doorlopen als een uit te voeren project voor de neus van het juiste kaderlid.”

Yambla is een flexibel platform: “De levels die een project moet doorlopen zijn eenvoudig aan te passen naar de noden van ieder bedrijf. Zo kan een bedrijfsleider beslissen hoeveel likes een idee nodig heeft, en extra levels toevoegen. Denk aan een goedkeuring door gezondheidsinstanties voor een organisatie die in de voedingssector actief is.”

Volgens Yoeri zorgt Yambla voor transparantie binnen een bedrijf. “Werknemers kunnen zien waarom hun ideeën wel of niet haalbaar zijn, en ze krijgen het gevoel de richting van een bedrijf terug mee te kunnen sturen. Dat zorgt voor een beter groepsgevoel, zeg maar een start-upmentaliteit op grote schaal.”

Stap door de poort

De financiering voor Yambla komt volledig uit de portemonnee van Yoeri en Jordan. “Software ontwikkelen kost niet zo veel geld. We brachten snel een product op de markt, dat we nog steeds verder verbeteren.” In korte tijd was de start-up rendabel, met grote namen als Test-Aankoop die van het sociale netwerk gebruik maken.

Een groot succes dus, aangezien de Yamba-stichters, net als vele andere, niet uit de ondernemingswereld komen. “Er bestaan interessante alternatieven zoals BetaGroup, waar aspirant-ondernemers samenkomen en veel kunnen leren van oude rotten in het vak. De gemeenschap is niet zo groot en erg positief en ondersteunend. Daar ontmoetten we ook Leo Exter, die ons aanvankelijk erg goed bijstond. Westartup was een uitstekende poort voor ons naar de start-upwereld, maar het is belangrijk om te beseffen dat het om niets meer dan een poort gaat. Uiteindelijk moet je het zelf doen, je moet je woonkamer uitstappen en hard werken, doorzetten en contacten leggen.”

Absurditeit en afschrikking

Of ze niet op zoek zijn gegaan naar investeerders of subsidies? “We hebben geprobeerd Vlaamse subsidies te pakken te krijgen, maar het dossier dat je daarvoor moet indienen is absurd. De regering vraagt naar plannen en financiële projecties voor de komende jaren. Wij zijn een jonge start-up, weten wij veel waar we binnen vier jaar zullen staan. Die subsidies zijn bedoeld voor bedrijven die de het vroeg start-upstadium al door zijn.”

“De overheid creëert een klimaat dat jonge ondernemers afschrikt. Toen we ons bedrijf opstartten was het allereerste dat ik van de officiële instanties kreeg een aanslagbrief voor belastingen. Niet alleen in België maar in bijna heel Europa moet men beter luisteren naar de jonge innovators. Overheden willen bedrijven zo halsstarrig in het eigen land houden, dat ze net een omgekeerd effect creëren. Start-ups vluchten naar Amerika en er bestaan geen prikkels om hen terug te lokken.”

Belgische investeerders zijn ook geen optie voor Yoeri. “In vergelijking met de VS wordt ons bedrijf hier vier keer minder waarde toegedicht. Voor een eerste investering willen geldschieters al bijna 40 procent van je bedrijf, en wat blijft er dan nog over voor een eventuele tweede ronde? Ik was geschokt. In de VS bemachtig je grotere bedragen en willen investeerders een aandeel van slechts tien procent in de plaats. Daar weet men hoe je oprichters gemotiveerd houdt.”

“Hier is de mentaliteit anders: iedereen is voorzichtig en wil voorspellingen en garanties” gaat Yoeri verder. In de VS vroegen ze ons letterlijk onze mond te houden over financiële projecties. Daar zien ze een goed idee en dat volstaat. De rest volgt vanzelf wel, redeneren de Amerikanen. De dag dat wij nood hebben aan investeerders, trekken we dan ook naar de VS. We hebben al contacten in San Fransisco.” Yoeri sluit af met een veelzeggende uitspraak. “In het buitenland heeft men een gezegde: If you can do it in Belgium, you can do it anywhere.” En toch, ondanks het slechte klimaat, is Yambla een succesverhaal.


Geen velden gevonden.